donderdag 1 maart 2018

Recensie: Onder mijn huid

Recensie: Onder mijn huid van Marlies Slegers

Auteur: Marlies Slegers
Titel: Onder mijn huid
Jaar: 2015
Uitgever:
Luitingh-Sijthoff
Plaats:
Amsterdam

Recensie: Brei met mij

Recensie: Brei met mij van Evelien de Vlieger

Auteur: Evelien de Vlieger
Titel: Brei met mij
Jaar: 2008
Uitgever:
Lannoo
Plaats:
Tielt

woensdag 1 november 2017

Reflectie op verwerkingsopdracht 19 (monoloog) De zee zien (Koos Meinderts 2015) - door Sonja

Auteur: Koos Meinderts
Titel: De zee zien
Jaar: 2015
Uitgever: De Fontein
Plaats: Utrecht
Aantal pagina's: 113 (gelezen in editie Jonge Lijsters, Noordhoff Uitgevers, 2017)


Korte samenvatting

In De zee zien vertelt de bijna zeventigjarige Kees retrospectief over twee cruciale momenten uit zijn leven: zijn ontmoeting en vriendschap met de zestienjarige Jan als hij zelf vijftien jaar oud is (in 1959) en zijn ontmoeting in 1997 met Marijke, de tweelingzus van Jan op wie hij in 1959 stapelverliefd was. Destijds kwam er aan de vriendschap tussen de twee jongens en de verliefdheid een abrupt einde, doordat Jan ten gevolge van een val van een hoge schoorsteenpijp (op een tuiniersbedrijf) overleed. De familie verhuisde naar Australië. 
Vanwege het feit dat Jan getuige was van de val en daarover zijn hele leven heeft gezwegen, is hij blijven zitten met gevoelens van schuld en schaamte die hij in zijn leven geen plek heeft kunnen geven. In de laatste drie van de 39 korte hoofdstukken, die tussen de proloog en epiloog zitten, richt Kees zich expliciet tot Jan. Dat is niet toevallig, want die dag wordt de schoorsteenpijp opgeblazen. Kees is daarvan getuige en hoop dat deze gebeurtenis "een punt achter ons verhaal zet" (p. 101).


Doelgroep

Voor dit boek, dat in 2016 is bekroond met de Boekenleeuw, worden verschillende doelgroepen genoemd:12 tot 15 jaar (www.lezenvoordelijst.nl), 12 tot 16 (doelgroep van de Jonge Lijsters van Noordhoff), Young Adult oftewel 15+ (openbare bibliotheek, uitgever Fontein). Persoonlijk acht ik deze psychologische roman geschikt voor lezers tussen de 12 en 15 jaar. Allereerst vanwege de thematiek (vriendschap en verliefdheid in de puberteit, schuld, schaamte, zelfmoord) die de jonge lezer aan het denken zet over levensvraagstukken. Ten tweede vanwege de twee jonge hoofdpersonen, middelbare scholieren waarmee de lezer zich kan identificeren. Ten derde wijs ik op het zeer toegankelijke taalgebruik (niveau 3 van Witte 2006). Als vierde factor noem ik de structuur en de lengte: de indeling in korte hoofdstukken van twee tot drie pagina's. Een vijfde factor is de cruciale rol van het geheim (zie hieronder) in het verhaal. Als zesde element noem ik de humor (die de inhoud licht maakt). Als laatste de afwezigheid van lange beschrijvingen en uitputtende analyses van complexe, paradoxale gevoelens. Nergens wordt het verhaal ondraaglijk dramatisch of zwaar. Het verhaal eindigt bovendien op een positieve noot.  


Waardeoordeel

De zee zien is een liefdevol verhaal over vriendschap en eerste verliefdheid. De interactie tussen Kees en Jan en die tussen Kees en Marijke wordt prachtig beschreven. Kees wordt gefascineerd door de onconventionele en gespierde Jan, de durfal die wel van een potje vechten houdt. De jongens trekken elke dag met elkaar op. 
De impact die de dood van Jan op het leven van Kees heeft, wordt eveneens mooi verbeeld. Jan heeft de indruk dat hij sindsdien twee levens heeft, "een leven voor en een leven na de val" (p. 93). De impact van de val wordt goed invoelbaar gemaakt voor de lezer, bijvoorbeeld in een passage als: "Je bent dood, maar zo nu en dan aanweziger dan toen je nog leefde. Mijn hele leven loop je al met me mee. Naast me, maar net zo vaak loop je me voor de voeten." (p. 101).
Dat verteller Kees een geheim met zich meedraagt, is vanaf de eerste pagina duidelijk. In 1997 ontmoet hij na bijna 40 jaar Marijke weer. Hij neemt zich heilig voor om bij die gelegenheid alsnog zijn geheim te onthullen, maar hij durft het uiteindelijk niet aan. Op de vraag van Marijke waarom Jan destijds de schoorsteenpijp beklom, geeft hij derhalve een ontwijkend antwoord dat geheel in de stijl van Jan is: "omdat-ie er stond" (p. 104). Kees kiest er dus bewust voor om het geheim te bewaren. Maar dat is niet alles: het blijkt dat Marijke ook een geheim met zich meedraagt: tussen broer en zus bestond in die tijd een intimiteit die verder ging dan zoenen.
De roman geeft een mooi beeld van het leven in de jaren 1959-1960 en van de waardepatronen die toen in Nederland gangbaar waren. Dit is echter een aspect dat vooral de volwassen (en wat oudere) lezer zal waarderen. Het contrast tussen de twee jongens die uit zeer verschillende families en milieus komen, krijgt in de roman bijzonder veel aandacht. Het katholicisme drukt een grote stempel op de leefomgeving van Kees (hij is later een tijd lang priester) die uit een groot gezin komt waar op elke cent gelet moet worden. De familie van Jan heeft beduidend meer geld te besteden en is veel liberaler.  


Reflectie op reflectieopdracht 19: monoloog verhaalfiguur

Aangezien Kees in de laatste drie hoofdstukken in 'gesprek' gaat met Jan, is het interessant om ook Jan 'postuum' een eigen stem te geven. Voor deze verwerkingsopdracht moet een tekst geschreven worden van zo'n 250 tot 300 woorden. De 'ingrediënten' voor deze monoloog heb ik zelf uit het verhaal gehaald. Dat is echter niet verplicht: zo'n schrijfopdracht geeft je in feite een grote vrijheid. Na het lezen van de roman voelde ik zelf de behoefte om terug te komen op een aantal punten die de verteller zelf aanstipt. Er zijn namelijk her en der aanwijzingen in de roman dat de stoere Jan als puber niet goed in zijn vel zat. Hij werd soms plotseling "overvallen door een enorme droefheid. Om niets, om alles." (p. 6). Hij zei soms dat de wereld er niet voor hem was maar voor anderen (p. 45), waarna hij weigerde dit aan Kees uit te leggen die dat op zijn beurt als een afwijzing van zijn vriendschap interpreteerde. In Australië pleegt de moeder van Jan zelfmoord. Marijke vertelt dat haar broer bang was en op die momenten ging zingen. Kees herinnert zich dat Jan halverwege de klim in de schoorsteen begon te zingen. Marijke laat Kees weten dat ze soms denkt dat Jan gesprongen is, uit schaamte vanwege het feit dat hij zijn zus had gezoend en intiem met haar was geweest. 
Deze elementen heb ik verwerkt in een korte monoloog (een persoonlijke brief van Jan aan Kees, in de trant van de brief van Serge/Samuel in het gelijknamige boek van Willy Spillebeen; zie andere reflectieopdracht), waarbij ik met name ben ingegaan op de vragen waarmee Kees zijn leven lang is blijven zitten en die hij aan Jan stelt: Waarom wilde Jan dat Kees ook omhoog klom? Was het de bedoeling dat ze samen dood gingen? Of sprong Jan omdat Kees beneden was gebleven? En niet te vergeten de - enigszins triviale - vraag (waarnaar de titel van de roman verwijst) die Kees altijd heeft beziggehouden: zag Jan die dag de zee vanaf het topje van de schoorsteen?


Geraadpleegde secundaire literatuur:


Witte, T. (2006) 'Van Floortje Bloem naar Inni Wintrop. Zes stadia van literaire ontwikkeling', in: Levende Talen Magazine, jg. 93, no. 5, pp. 5-8. Geraadpleegd op 25-10-2017 op http://www.lt-tijdschriften.nl/ojs/index.php/ltm/article/view/272. 

dinsdag 31 oktober 2017

Reflectie op verwerkingsopdracht 20 (Nagesprek) Serge/Samuel van Willy Spillebeen - door Sonja


Auteur: Willy Spillebeen
Titel: Serge/Samuel
Uitgever: Davidsfonds/Infodok
Jaar: 2005
Plaats: Leuven
Aantal pagina’s: 143



Samenvatting

Serge/Samuel is een roman in vier delen, waarin de ik-verteller (Jaak), een boerenzoon van 12 jaar, vertelt hoe Serge Broucakert in het voorjaar van 1943 bij de buren intrekt. Ze raken al snel bevriend. Serge spreekt niet goed Nederlands, is bang voor koeien, vaak verdrietig en erg angstig voor Duitse soldaten. Over zijn oudere zus en ouders doet hij mysterieus, op vele vragen geeft hij geen antwoord, wat de ik-verteller intrigeert. Op een dag komt hij er achter dat Serge een geheim heeft (zijn piemel is anders). Hij praat er met niemand over; hij bewaart het geheim. Een paar dagen na de bevrijding verdwijnt Serge plotseling, wat de verteller erg verdrietig maakt. Bekend wordt dat Serge eigenlijk Samuel Borowski heet, afkomstig is uit Brussel en Joods. Jaren later (1985) krijgt de verteller een brief van Serge/Samuel, die integraal in deel 3 (zo'n 80 p.) van de roman is opgenomen. De brief is dus eigenlijk een verhaal-in-een-verhaal waarin het oorlogsgeweld centraal staat. Hij vertelt aan Jaak dat hij heeft weten te ontsnappen tijdens transport richting concentratiekamp. Het trieste nieuws is dat Serge/Samuel de confrontatie met het verleden (en dus met Jaak) niet aan kan, waardoor de vriendschap geen nieuw leven ingeblazen wordt. Hij noemt de anderhalf jaar in Westrozebeke een "soort tussentijd", "van bijna geluk tussen twee verschrikingen in" (p. 54). Na die tijd is hij niet meer gelukkig geweest. De verteller probeert Serge/Samuel op te sporen en blijft hopen op een weerzien. Tevergeefs.  


Doelgroep

Dit is een mooi, simpel verteld verhaal over vriendschap tussen jongens tijdens de Tweede Wereldoorlog. De thematiek van de vriendschap, een onderwerp dat goed past bij de belangstelling van de groep tussen 12 en 15 jaar, aldus Van Coillie (2007: 74), WO2) en de simpele vertelwijze maakt het  geschikt voor lezers vanaf 12 jaar. Op www.leesplein.nl wordt het terecht gerangschikt in de categorie C-boeken. 


Beoordeling

Deze roman geeft een beeld van het leven van Belgische jongens in een Vlaams dorp tijdens de Duitse bezetting. Positief is dat het een realistisch verhaal is waarin een mysterie besloten ligt. Dit mysterie, dat in de lange brief van Serge/Samuel uit de doeken wordt gedaan, biedt mogelijkheden tot identificatie van de lezer: hoe was het om in de oorlog als Joodse jongen ondergedoken te zitten, ver van je ouders en zus? Hoe was het om als kind steeds bezig te zijn met overleven en geconfronteerd te worden met een sadistische opzichter? Spillebeen zet Serge/Samuel neer die als een jojo tussen hoop en angst laveert. Soms is hij zo getraumatiseerd dat hij niets meer ziet: "Ik keek, maar ik leek niets echt te zien: mijn ogen waren twee gefoliede spiegeltjes waar de verf her en der van was afgekrabd." (p. 59).

Minder interessant voor de doelgroep is dat er relatief weinig vaart in het verhaal zit, weinig actie, weinig spanning, weinig heroïek, waardoor ik mij afvraag of veel kinderen dit boek zullen kunnen waarderen. In deze leeftijdsfase zijn avonturenverhalen met veel actie immers erg populair (Van Coillie 2007:74). 
Het verhaal deed mij engiszins denken aan de film Au revoir les enfants (Louis Malle, 1987), met dit verschil dat deze film slecht afloopt. 


Reflectie op verwerkingsopdracht

De opdracht 'nagesprek' maakt het mogelijk om de ik-verteller en Serge/Samuel elkaar daadwerkelijk te laten ontmoeten. Zoals hierboven bij de samenvatting is aangegeven, heeft er na de Bevrijding nooit meer een ontmoeting of een gesprek tussen de twee vrienden plaatsgevonden. Het is aan de leerling om dit gesprek te beschrijven. 

Het is een voor lezers van 12 tot 15 een geschikte verwerkingsopdracht, een schrijfopdracht, waarbij hij zijn verbeelding de vrije loop kan geven, maar waarbij hij tegelijkertijd informatie uit de roman (bijv. de brief van Serge in deel 3) kan gebruiken om het geheel geloofwaardig te laten overkomen. Mijn advies zou zijn om dat in dialoogvorm te laten doen. Zeer interessant is de vraag of de lezer zal besluiten tot een nagesprek dat een nieuwe fase in de vriendschap inluidt of dat hij een definitief afscheid in scène zal zetten.


Geraadpleegde secundaire literatuur:


Coillie, J. van (2007), Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken? Leuven/Leidschendam, Davidsfonds uitgeverij / Nbd Biblion.



Reflectie op verwerkingsopdracht 32 (Pecha Kucha) - verstripping van Anne Frank, Het Achterhuis - door Sonja.

Reflectie op verwerkingsopdracht 32 (Pecha Kucha) - Anne Frank, Het Achterhuis. In de bewerking van Ari Folman en David Polonsky - door Sonja



Titel: Het Achterhuis van Anne Frank
Auteurs: Anne Frank, Ari Folman, David Polonsky
Uitgever: Prometheus
Plaats: Amsterdam
Jaar van uitgave: 2017
Aantal pagina's: 153


Ter gelegenheid van het zeventig jarig jubileum van Annes dagboek verscheen in oktober 2017 een stripbewerking door Ari Folman en David Polonsky. Laatstgenoemden werden bekend met de animatiefilm Walz with Bashir (2008) die daarna ook als strip is gepubliceerd. Van het Anne Frank Fonds in Basel kregen ze in 2012 de opdracht om het dagboek te verstrippen.


Korte samenvatting

De inhoud van het dagboek van Anne Frank (1929-1944) is algemeen bekend. In een nawoord (p. 152-153) leggen Folman en Polonsky uit dat hun streven was om het dagboek via verstripping aantrekkelijk te maken voor kinderen die niet zo van lezen houden en zo tegenwicht te bieden aan de ontlezing. Om trouw te blijven aan Annes teksten, hebben ze een selectie gemaakt van oorspronkelijke dagboekteksten die ze onveranderd hebben opgenomen. Daarnaast hebben ze episodes uit het dagboek samengevat, zodat alle belangrijke onderwerpen die Anne bezighielden, in de strip aan de orde komen.
Na een korte introductie van alle Achterhuisbewoners, begint de strip met een tienatal pagina's over de periode 12-6 tot 20-6-1942 (Anne krijgt voor haar verjaardag een dagboek, de familiegeschiedenis wordt verteld). Vervolgens komen de jaren tot 1-8-1944 in periodes aan bod, afgewisseld met originele dagboekfragmenten. De laatste 2 pagina's zijn gewijd aan het laatste dagboekfragment van Anne van 1-8-1944.  Zoals bekend werden de onderduikers op 4-8-1944 gearresteerd door de Duitsers. Het dagboek bleef achter en is na de oorlog overhandigd aan Otto Frank, het enige lid van de familie Frank dat de concentratiekampen overleefde.


Doelgroep

Het beoogde lezerspubliek is hetzelfde als dat van het dagboek: 12 jaar en ouder, YA en volwassenen. De verrassende overpeinzingen van het jonge Joodse pubermeisje dat op dertienjarige leeftijd met dagboekschrijven begint, haar portretten van de onderduikers, haar verliefdheid op Peter, haar angst en hoop op een betere toekomst spreekt een publiek aan van jong tot oud. Ik denk dat deze stripversie zeker kinderen en jongeren zal aanspreken die niet zo van lezen houden.


Waardeoordeel

Ik vind dit een prachtige verstripping, met mooie tekeningen, mooie kleuren. De makers hebben een goede selectie van dagboekfragmenten en onderwerpen gemaakt en zijn erin geslaagd om in 150 pagina's een goed beeld op te roepen van de inhoud van het dagboek. De orginele dagboekfragmenten van Anne zorgen ervoor dat het geheel authentiek overkomt: je hoort op deze manier als het ware haar stem.
Anne is ook aanwezig als vertelster: met humor en ironie vertelt ze aan de lezer hoe haar leventje er uitziet in het Achterhuis (zie afbeelding hiernaast). De tekeningen drukken uit wat zij zegt, vullen dit aan of geven aan het vertelde een humoristische dimensie. De humor ligt dicht bij de humor die het dagboek van Anne kenmerkt. Dat vind ik een grote verdienste.
Ik verkies deze stripping boven Het leven van Anne Frank. De grafische biografie geautoriseerd door het Anne Frank Huis, een strip die is gemaakt door Sid Jacobson en Ernie Colón. Deze begint bij het leven van Annes ouders in Duitsland en eindigt met de openstelling van het Anne Frank Huis in Amsterdam in 1960.


Reflectieopdracht (32): Pecha Kucha


Het dagboek van Anne Frank is wereldberoemd. Het komt regelmatig in het nieuws. Onlangs vanwege het feit dat er een coldcaseteam is opgericht om te onderzoeken wie de onderduikers in het Achterhuis verraden heeft. Dit gebeurt aan de hand van 'big data': gegevens die in allerlei archieven over de hele wereld verspreid liggen en die met behulp van een computer worden bekeken op bruikbare informatie. Het is bekend dat op de ochtend van 4-8-2944 er tussen 10 u. en 10.30 u. een auto stopte voor de Prinsengracht 263, waarna een viertal mannen uitstapten, een SS-er en drie Nederlandse leden van de Grüne Polizei, die de acht onderduikers met twee van hun helpers arresteerden.

Recente krantenberichten (waaronder Pen 2017, Schuetze 2017, Van der Meijden 2017) en een item bij het programma 'De Wereld Draait Door' (https://dewerelddraaitdoor.bnnvara.nl/media/377611) brachten mij op het idee om de verstripping van Folman en Polonsky te gebruiken voor een Pecha Kucha die inzoemt op het probleem van het verraad: Hoe komt het dat ze zijn ontdekt? Ik kwam op dit idee door de film Loving Vincent (2017) waar wordt getracht het 'mysterie' van zijn dood (moord of zelfmoord) te doorgronden.

Door de diverse oorzaken die in de verstripping worden verbeeld op een rijtje te zetten, wil ik inzicht geven in de moeilijkheid van het onderduiken: het isolement in een gekrompen wereld waar acht mensen op elkaar zitten die leven in de angst om ontdekt te worden. In de les hebben we fragmenten bekeken uit de Amerikaanse verfilming Anne Frank. The Whole Story (2001, Robert Dornheim). Naar aanleiding van daarvan hebben we gesproken over het verschil tussen feit en fictie en over de rol van de fragmenten uit documentaires die in de film zijn ingelast.

De Pecha Kucha is een goede manier om op een gecomprimeerde manier een aantal hypotheses over het verraad de revue te laten passeren met ondersteuning van beelden. De toeschouwers hoeven niet alle tekst te kunnen lezen, omdat de tekeningen in belangrijke mate voor zich spreken. Na afloop wordt de vraag gesteld welke factor op grond van het dagboek de meest waarschijnlijke genoemd kan worden. Op deze wijze kan de Pecha Kucha gebruikt worden als opzet voor eeb interessante discussie.







Gebruikte secundaire literatuur:

Meijden, D. van der (2017), 'Amerikaans coldcaseteam onderzoekt verraad Anne Frank', in: Het Parool, 30-9-2017. Geraadpleegd op 30-10-2017 op https://www.parool.nl/amsterdam/amerikaans-coldcaseteam-onderzoekt-verraad-anne-frank~a4519428/

Pen, S. (2017), 'Nieuw onderzoek naar verraad van Anne Frank: wat maakt het zo speciaal?', in: Het Parool, 5-10-2017. Geraadpleegd op 30-10-2017 op https://www.parool.nl/amsterdam/nieuw-onderzoek-naar-verraad-van-anne-frank-wat-maakt-het-zo-speciaal~a4520204/

Schuetze, C.F. (2017), 'Who Betrayed Anne Frank? Former F.B.I. Agent Reopens a Cold Case', in: New York Times, 30-10-2017.  Geraadpleegd op 30-10-2017 op https://www.nytimes.com/2017/10/30/world/europe/anne-frank-cold-case-investigation.html

Informatie van de site http://www.annefrank.org/nl/Nieuws/Nieuwsberichten/2016/December/Nieuwe-invalshoek-arrestatie/. Geraadpleegd op 30-10-2017.

Reflectie verwerkingsopdracht 39 (boekverfilming) - Ben X door Sonja


BOEK
Titel: Ben X. NIETS was alles wat hij zei (2002; gelezen uitgave: Averbode/De Standaard, 2012)
Schrijver: Nic Balthazar
Aantal pagina’s: 100

Doelgroep

Volgens uitgeverij Averbode is dit boek geschikt voor jongeren vanaf 15 jaar. De openbare bibliotheek (https://www.bibliotheekzout.nl) ziet het als een YA-boek. Ik sluit mij hierbij aan. Vanwege de suïcidethematiek en het soort game dat de hoofdpersoon speelt (geweld, porno) acht ik het boek minder geschikt voor jongere lezers.
De hoofdpersoon is een zeventienjarige autistische jongen, Ben, die niet of nauwelijks praat (behalve via chat online). Hij kampt met psychische problemen die passen bij de leefwereld van jongeren in de leeftijd van 15 tot 18 jaar: eenzaamheid, gameverslaving, pesten, zelfdoding. Het zijn juist dit soort psychische problemen, aldus Van Coillie (2007:75-76) en Ros (2010:15), die de lezer op de grens tussen adolescentie en volwassenheid interesseren. Ik acht de kans groot dat de lezer zich sterk emotioneel betrokken voelt bij dit verhaal, omdat het hem aan het denken zet over belangrijke morele kwesties, in eerste instantie omtrent pesten op school (een veelvoorkomend fenomeen), in tweede instantie over autisme. Daarnaast werpt het vragen op over de grenzen tussen de virtuele werkelijkheid van games en die van het dagelijkse leven, alsmede over de gevolgen van gameverslaving, hetgeen een actueel probleem is onder jongeren.


Beoordeling

Ben X 
bestaat uit 19 korte hoofdstukken van gemiddeld vijf pagina’s. Het verhaal, dat  gebaseerd isop een waargebeurde zelfmoord van een puber (voorwoord van de auteur), is goed leesbaar, zonder ingewikkeld taalgebruik (hooguit af en toe een Vlaams woord of zinsnede). Het geeft een goed beeld van de pestproblematiek, die ik als centraal thema van het boek zie. De wijze waarop Ben door klasgenoten gepest wordt confronteert de jonge lezer met de vraag: ben ik net als die omstanders die wegkijken als iemand gepest wordt of durf ik in te grijpen?
Het tweede thema is autisme. Ben X geeft een goed beeld van hoe het is om als autist door het leven te gaan en hoe anderen (ouders, klasgenoten, artsen etc.) tegen hem aankijken. Ben doet alles volgens eenzelfde ritueel: “Maar van de vaste weg afwijken, de routine doorbreken, het was als een longpatiënt die zijn beademingsmachine zou achterlaten en het op een lopen zou zetten.” p. 50).

Het is een verhaal dat je in één ruk uitleest, omdat het spannend blijft. Vanaf het begin is er de dreiging dat het slecht afloopt met Ben, omdat hij ‘het plan’ heeft om zelfmoord te plegen. Het einde is echter verrassend (wel jammer dat ik dit nu moet verklappen): Ben ensceneert met medeplichtigheid van een andere gepeste klasgenoot én van zijn ouders zijn eigen crematie. Als afscheid laat hij de klasgenoot een gedicht van eigen makelij oplezen en worden videobeelden van het pesten getoond aan de aanwezigen, waaronder zijn docenten, de pesters en andere klasgenoten. In het laatste hoofdstuk blijkt dat zijn online vriendin ‘Barbie’ alleen in de verbeelding van Ben bestaat.


FILM
Titel:
 Ben X.
Regisseur: Nic Balthazar
Verschijningsdatum: 26-9-2007
Duur: 93 m.

Doelgroep

Het boek is door de auteur zelf verfilmd. Op de dvd staat aangegeven dat het voor 12 jaar en ouder is, waarbij het symbool ‘geweld’ van de Kijkwijzer is afgebeeld. Als doelgroep voor de film, die diverse prijzen heeft gewonnen, zou ik 12+ aanhouden, dus een iets ruimere doelgroep dan de roman. Dat heeft te maken met het feit dat de film iets ‘luchtiger’ is dan de roman, de hoofdpersoon er meer is ingebed in zijn familie en ook samen met zijn familie ‘het plan’ uitvoert waarmee de film afsluit.


Beoordeling film

De film volgt in grote lijnen het boek, met dezelfde thema’s en grotendeels dezelfde personages. Je kunt de film onafhankelijk van het boek bekijken. Persoonlijk vind ik de film minder zwaar dan het boek: de held komt iets minder eenzaam en iets minder hulpeloos over (niet in de laatste plaats omdat zijn online vriendin meer zichtbaar is). Er zijn op een groot aantal punten verschillen tussen roman en film. De film is fragmentarischer: steeds duiken er in het heden beelden op uit de lievelingsgame van Ben en flashbacks. Deze flashbacks zijn scènes uit zijn kindertijd (we zien Ben als jongetje dat het moeilijk heeft op de basisschool) en flarden van interviews met zijn ouders, klasgenoten, docenten en artsen. De snelle montage en het camerawerk (ronddraaiende camera, vogelperspectief, kikkerperspectief, close-up) geven de film veel vaart. Ook in de film wordt de spanning zorgvuldig opgebouwd. Enig ‘nadeel’ voor een Nederlands publiek is dat er in de film met een onmiskenbaar Vlaams accent wordt gesproken.


Reflectie op de verwerkingsopdracht

Dit is een leuke, veelomvattende verwerkingsopdracht, die vanwege de omvang ook zeer geschikt is om in duo’s of groepjes te laten uitvoeren. Het lezen van recensies van boek en film dwingen de leerling om zijn eigen positie te bepalen over boek en film en uiteindelijk zijn eigen waardeoordeel te formuleren op basis van concrete criteria.  
Een lijst samenstellen met verschillen tussen boek en film is eveneens een zinvolle opdracht, temeer daar de leerling vijf vragen moet formuleren waaruit blijkt of iemand zowel film als roman heeft gelezen. De verschillen tussen roman en film zijn in dit geval zeer frappant en kunnen gemakkelijk via bijv. een Kahoot aan de klas voorgelegd worden. De verschillen vormen ook interessante stof voor een klassengesprek.
De vraag naar de voorkeur van de leerling (boek of film?) vind ik relevant, omdat het de leerling dwingt zijn voorkeur te onderbouwen. Zelf vind ik het lastig om een voorkeur uit te spreken. Als alternatief noem ik derhalve de mogelijkheid om de leerling te vragen om twee scènes met elkaar te vergelijken, zodat hij begrijpt hoe de scène uit de roman is ‘vertaald’ naar het medium film. Dit verscherpt zijn analytische blik en zijn kennis van adaptatie (vertaling van literaire procedés in filmische taal, van literaire procedés in striptaal etc.).

Tot slot wil ik zowel boek als film van harte aanbevelen voor gebruik in de les Nederlands. Ben X is in diverse vormen beschikbaar: roman, toneelstuk, film en graphic novel*. Juist dankzij dit intermediale karakter kan het goed ingezet worden voor leesbevordering: er is voor elke leerling wat wils. Het begrip van fictie in brede zin kan worden aangescherpt door leerlingen te vragen twee vormen met elkaar te vergelijken. De thema’s autisme, gameverslaving, pesten op school en zelfmoord zijn bovendien sociaal zeer relevant en verdienen het om ruimschoots onder de aandacht te worden gebracht van jongeren.


* In 2015 bewerkte nDurlie (pseud. Veerle Colle) het boek tot een graphic novel (uitg. Lannoo). Het was in 2016 een tip van de Jonge Jury (https://www.leesplein.nl/jongerenliteratuurplein/leestips/ben-x/5760 )

Geraadpleegde secundaire literatuur:

Coillie, J. van (2007), Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken? Leuven/Leidschendam, Davidsfonds uitgeverij / Nbd Biblion.

Ros, B. (2010), 'Young Adult: genre of leeftijdscategorie?', In: Literatuur zonder leeftijd, jg. 24, no 83, pp. 9-17.

maandag 30 oktober 2017

Reactie op recensie Gedichten van de broer van Roos (2017) van Irene Wolf - door Sonja

Reactie van Sonja op de recensie van Gedichten van de broer van Roos (Tim Hofman, 2017, gelezen als e-book) door Irene Wolf - 'Wat is poëzie? Wie zal het zeggen?'*

Irene Wolf schreef een uitvoerige recensie over Gedichten van de broer van Roos. De diversiteit aan teksten en onderwerpen - van korte taalgrappen in het Nederengels tot meer serieuze gedichten over onderwerpen als liefde, overspel en ziekte - en het toegankelijke taalgebruik maakt de bundel geschikt voor de groep vijftien- tot achttienjarigen, zoals Irene stelt, waarbij ze verwijst naar de leesfase 15+ zoals die door Van Coillie (2007, p. 75-76) is beschreven. Ik vermoed dat met name jongeren die niet veel poëzie hebben gelezen een aantal teksten uit deze bundel leuk zullen vinden, ofschoon veel thema's (kanker, ouders, euthanasie, dementie) volgens mij meer passen in het leven van twintigers en dertigers.

Het feit dat de auteur Tim Hofman is, een BN'er van 29 die onder jongeren populair is, alsook het feit dat hij een aantal gedichten al eerder via Instagram en Twitter heeft verspreid, verklaart volgens mij het grote succes van deze bundel (inmiddels is een zevende druk verschenen).

Ik denk niet dat "iedere lezer, zowel ervaren als minder ervaren" (Irene) onder de indruk is van deze gedichten. Het karakteristieke van poëzie is dat het een bijzondere kijk op de werkelijkheid biedt, waarbij elk woord "precies op zijn plaats staat": "Poëzie laat op een andere manier zien, horen en voelen dan proza." (Van Coillie 2007, p. 322). De bundel van Hofman getuigt zeker van plezier in taal, maar verrassend, origineel en fascinerend vind ik het geheel eerlijk gezegd niet. Daarvoor loopt de kwaliteit van de gedichten te sterk uiteen. Een flink aantal gedichten vind ik nogal plat en niet origineel of poëtisch. De gedichten in het Nederengels deden mij denken aan de Rollicky Rhymes in Dutch and Double Dutch (1958) van John O'Mill (pseudoniem van J. van der Meulen) maar dan minder grappig. Andere gedichten lijken vanwege hun eenvoud en kwinkslag op de gedichten van Toon Hermans (bijv. Liggen in het gras). Mijn waardeoordeel wordt dus bepaald door wat Mooij (1979) 'traditionele argumenten/ vernieuwings-argumenten' noemt: op grond van wat ik eerder gelezen heb, maken ze op mij persoonlijk niet zo'n indruk (hetgeen Mooij onder de 'emotivistische argumenten' rangschikt).

Een gedicht als 'Haramadan' ('Islam,/ dat je ’t weet: / er zit ham / in je profeet.') vind ik bagger (excusez le mot).
'Eenzaam, twee samen', waar de grafische vormgeving ervoor zorgt dat je het gedicht als twee monologen kunt lezen of als het portret van een narcist, vind ik een mooi gedicht.
Tussen deze twee uitersten zitten simpele gedichten als 'Vreemdgaan':

'Vreemdgaan
‘Goeiemorgen,
je was laat,’
zeg je als
je naast
me staat
en je aait
over m’n rug,
een tikje op
m’n kont,
ik draai
me om,
glimlach terug
en poets met
jouw borstel
de buurvrouw
uit m’n mond.'

"Het huis van de poëzie heeft vele kamers", stelt Van Coillie (2007, p. 323). Van Coillie zegt weinig over jeugdpoëzie, maar zijn uitspraak geldt volgens mij in het bijzonder voor gedichten voor jongeren. De bundel van Hofman vind ik daar een goed voorbeeld van: het is een huis met mooi ingerichte vertrekken, tochtige overlopen ('Haramadan') en met bijkeukens waar de 'dishes' worden gedaan. Door zo'n huis dwalen lijkt mij een leerzaam avontuur voor jongeren, omdat het hen in de gelegenheid stelt om te bepalen welke gedichten hen persoonlijk aanspreken en welke niet (en waarom). Plezier ervaren in de taal is daarbij belangrijk. Dat plezier zal een jongere lezer zeker uit deze bundel halen. Ik kan mij dan ook goed voorstellen dat de gedichten in de klas tot leuke gesprekken kunnen leiden over de vraag 'Wat is poëzie? Wie zal het zeggen?'*

Sonja

* E. Farjeon, geciteerd in Van Coillie 2007, p. 322.

Gebruikte secundaire literatuur:

Coillie, J. van (2007), Leesbeesten en boekenfeesten. Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken? Leuven/Leidschendam, Davidsfonds uitgeverij / Nbd Biblion.

Mooij, J. (1979), ‘De motivering van literaire waardeoordelen’, in: J. Mooij, Tekst en lezer. Opstellen over algemene problemen van de literatuurstudie. Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, p. 253-278.