Posts tonen met het label Reflectie op verwerkingsopdracht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Reflectie op verwerkingsopdracht. Alle posts tonen

donderdag 5 april 2018

Reflectie verwerkingsopdracht film: Oorlogswinter – door Eveline


Reflectie verwerkingsopdracht film: Oorlogswinter

Regisseur: Martin Koolhoven

Verschijningsdatum: 2009

Titel van het boek dat verfilmd is: Oorlogswinter – Jan Terlouw

Verwerkingsopdracht: Promotiefilmpje (33)

Doelgroep
De film is gemaakt voor kinderen van veertien tot zeventien jaar, terwijl het boek oorspronkelijk de leeftijdscategorisatie dertien tot vijftien jaar had. De hoofdrolspeler zelf, Michiel, is vijftien jaar. Je ziet dat dit overlapt. De jongen wordt in korte tijd volwassen, doordat hij moeilijke keuzes moet maken die niet bij het leven van een jongen van vijftien horen. Je leest en ziet de psychologische motieven van Michiel die hij meeneemt in zijn afwegingen. De emotionele betrokkenheid van de kijker wordt daardoor groter (Coillie, 2007).

Reflectie verwerkingsopdracht reclamefolder (22) – door Eveline


Reflectie verwerkingsopdracht reclamefolder (22) 

Titel: Fout

Auteur: Mel Wallis de Vries

Jaar van uitgave: 2008. Eerste druk

Doelgroep
Het boek gaat over verliefdheid, seksualiteit en vriendschap. Verder is het een spannend boek. Allemaal elementen die jongeren aan zullen spreken. Het boek leest als een detective. Sophia wordt wakker, vastgebonden aan een boom, nadat ze bewusteloos was geslagen. Ze weet niet hoe ze in het bos terecht is gekomen en probeert zich te herinneren wat er gebeurd is. In deze herinneringen ga je dus terug in de tijd en probeer je er samen met Sophia achter te komen wat er is gebeurd. De lezer gaat dus verschillende hypotheses opstellen en verschillende mogelijkheden afwegen bij het oplossen van het probleem. Gevoelens worden in dit boek uitgebreid belicht en de psychologie is hier ingezet om het verhaal nog spannender te maken (Coillie, 2007).

Reflectie verwerkingsopdracht 12: Illustraties – door Eveline


Reflectie verwerkingsopdracht 12: Illustraties

Titel: Zwarte sneeuw

Auteur: Simone van der Vlugt

Jaar van uitgave: 2000. Eerste druk

Doelgroep
Dit boek is goed te lezen voor leerlingen in de onderbouw. De hoofdrolspeelster is veertien jaar oud en is daarom ook heel goed identificeerbaar voor de leerlingen. Het boek speelt zich af in de 19e eeuw. Voor iedereen die geïnteresseerd is in geschiedenis, is het erg interessant om te lezen. Je leest namelijk hoe een leeftijdsgenoot in de 19e eeuw leefde en welke problemen en uitdagingen daarbij kwamen kijken in vergelijking met hun eigen leven in deze tijd. Ook de situatie rondom kinderarbeid in de 19e eeuw is beter te begrijpen na het lezen van dit boek. In deze fase groeit ook de belangstelling voor het verleden en daarbij ook voor het historische verhaal (Coillie, 2007). Dit boek sluit daar dus mooi bij aan.

Reflectie verwerkingsopdracht 16: Flaptekst schrijven – door Eveline


Reflectie verwerkingsopdracht 16: Flaptekst schrijven


Titel: Wonderkinderen

Auteur: Thea Beckman

Jaar van uitgave: 1984. Tweede druk

Doelgroep
Het boek is voor kinderen vanaf elf jaar. Het is een mooi boek om in groep acht of in de brugklas te lezen. Het boek gaat ook over kinderen van dezelfde leeftijd. Het gaat over twee kinderen die, doordat ze zeer goed kunnen leren, op hun tiende al naar de brugklas gaan. Adolescenten zijn op zoek naar hun eigen identiteit. Ze vinden het dan ook fijn om over leeftijdsgenoten te lezen. Hoe gaan zij met bepaalde situaties om? Dat is interessant om over te lezen en daar kunnen ze ook van leren (Coillie, 2007). De schoolse situatie in het boek is natuurlijk ook zeer herkenbaar voor ze en daardoor ook interessant om over te lezen.

woensdag 1 november 2017

Reflectie op verwerkingsopdracht 19 (monoloog) De zee zien (Koos Meinderts 2015) - door Sonja

Auteur: Koos Meinderts
Titel: De zee zien
Jaar: 2015
Uitgever: De Fontein
Plaats: Utrecht
Aantal pagina's: 113 (gelezen in editie Jonge Lijsters, Noordhoff Uitgevers, 2017)


Korte samenvatting

In De zee zien vertelt de bijna zeventigjarige Kees retrospectief over twee cruciale momenten uit zijn leven: zijn ontmoeting en vriendschap met de zestienjarige Jan als hij zelf vijftien jaar oud is (in 1959) en zijn ontmoeting in 1997 met Marijke, de tweelingzus van Jan op wie hij in 1959 stapelverliefd was. Destijds kwam er aan de vriendschap tussen de twee jongens en de verliefdheid een abrupt einde, doordat Jan ten gevolge van een val van een hoge schoorsteenpijp (op een tuiniersbedrijf) overleed. De familie verhuisde naar Australië. 
Vanwege het feit dat Jan getuige was van de val en daarover zijn hele leven heeft gezwegen, is hij blijven zitten met gevoelens van schuld en schaamte die hij in zijn leven geen plek heeft kunnen geven. In de laatste drie van de 39 korte hoofdstukken, die tussen de proloog en epiloog zitten, richt Kees zich expliciet tot Jan. Dat is niet toevallig, want die dag wordt de schoorsteenpijp opgeblazen. Kees is daarvan getuige en hoop dat deze gebeurtenis "een punt achter ons verhaal zet" (p. 101).


Doelgroep

Voor dit boek, dat in 2016 is bekroond met de Boekenleeuw, worden verschillende doelgroepen genoemd:12 tot 15 jaar (www.lezenvoordelijst.nl), 12 tot 16 (doelgroep van de Jonge Lijsters van Noordhoff), Young Adult oftewel 15+ (openbare bibliotheek, uitgever Fontein). Persoonlijk acht ik deze psychologische roman geschikt voor lezers tussen de 12 en 15 jaar. Allereerst vanwege de thematiek (vriendschap en verliefdheid in de puberteit, schuld, schaamte, zelfmoord) die de jonge lezer aan het denken zet over levensvraagstukken. Ten tweede vanwege de twee jonge hoofdpersonen, middelbare scholieren waarmee de lezer zich kan identificeren. Ten derde wijs ik op het zeer toegankelijke taalgebruik (niveau 3 van Witte 2006). Als vierde factor noem ik de structuur en de lengte: de indeling in korte hoofdstukken van twee tot drie pagina's. Een vijfde factor is de cruciale rol van het geheim (zie hieronder) in het verhaal. Als zesde element noem ik de humor (die de inhoud licht maakt). Als laatste de afwezigheid van lange beschrijvingen en uitputtende analyses van complexe, paradoxale gevoelens. Nergens wordt het verhaal ondraaglijk dramatisch of zwaar. Het verhaal eindigt bovendien op een positieve noot.  


Waardeoordeel

De zee zien is een liefdevol verhaal over vriendschap en eerste verliefdheid. De interactie tussen Kees en Jan en die tussen Kees en Marijke wordt prachtig beschreven. Kees wordt gefascineerd door de onconventionele en gespierde Jan, de durfal die wel van een potje vechten houdt. De jongens trekken elke dag met elkaar op. 
De impact die de dood van Jan op het leven van Kees heeft, wordt eveneens mooi verbeeld. Jan heeft de indruk dat hij sindsdien twee levens heeft, "een leven voor en een leven na de val" (p. 93). De impact van de val wordt goed invoelbaar gemaakt voor de lezer, bijvoorbeeld in een passage als: "Je bent dood, maar zo nu en dan aanweziger dan toen je nog leefde. Mijn hele leven loop je al met me mee. Naast me, maar net zo vaak loop je me voor de voeten." (p. 101).
Dat verteller Kees een geheim met zich meedraagt, is vanaf de eerste pagina duidelijk. In 1997 ontmoet hij na bijna 40 jaar Marijke weer. Hij neemt zich heilig voor om bij die gelegenheid alsnog zijn geheim te onthullen, maar hij durft het uiteindelijk niet aan. Op de vraag van Marijke waarom Jan destijds de schoorsteenpijp beklom, geeft hij derhalve een ontwijkend antwoord dat geheel in de stijl van Jan is: "omdat-ie er stond" (p. 104). Kees kiest er dus bewust voor om het geheim te bewaren. Maar dat is niet alles: het blijkt dat Marijke ook een geheim met zich meedraagt: tussen broer en zus bestond in die tijd een intimiteit die verder ging dan zoenen.
De roman geeft een mooi beeld van het leven in de jaren 1959-1960 en van de waardepatronen die toen in Nederland gangbaar waren. Dit is echter een aspect dat vooral de volwassen (en wat oudere) lezer zal waarderen. Het contrast tussen de twee jongens die uit zeer verschillende families en milieus komen, krijgt in de roman bijzonder veel aandacht. Het katholicisme drukt een grote stempel op de leefomgeving van Kees (hij is later een tijd lang priester) die uit een groot gezin komt waar op elke cent gelet moet worden. De familie van Jan heeft beduidend meer geld te besteden en is veel liberaler.  


Reflectie op reflectieopdracht 19: monoloog verhaalfiguur

Aangezien Kees in de laatste drie hoofdstukken in 'gesprek' gaat met Jan, is het interessant om ook Jan 'postuum' een eigen stem te geven. Voor deze verwerkingsopdracht moet een tekst geschreven worden van zo'n 250 tot 300 woorden. De 'ingrediënten' voor deze monoloog heb ik zelf uit het verhaal gehaald. Dat is echter niet verplicht: zo'n schrijfopdracht geeft je in feite een grote vrijheid. Na het lezen van de roman voelde ik zelf de behoefte om terug te komen op een aantal punten die de verteller zelf aanstipt. Er zijn namelijk her en der aanwijzingen in de roman dat de stoere Jan als puber niet goed in zijn vel zat. Hij werd soms plotseling "overvallen door een enorme droefheid. Om niets, om alles." (p. 6). Hij zei soms dat de wereld er niet voor hem was maar voor anderen (p. 45), waarna hij weigerde dit aan Kees uit te leggen die dat op zijn beurt als een afwijzing van zijn vriendschap interpreteerde. In Australië pleegt de moeder van Jan zelfmoord. Marijke vertelt dat haar broer bang was en op die momenten ging zingen. Kees herinnert zich dat Jan halverwege de klim in de schoorsteen begon te zingen. Marijke laat Kees weten dat ze soms denkt dat Jan gesprongen is, uit schaamte vanwege het feit dat hij zijn zus had gezoend en intiem met haar was geweest. 
Deze elementen heb ik verwerkt in een korte monoloog (een persoonlijke brief van Jan aan Kees, in de trant van de brief van Serge/Samuel in het gelijknamige boek van Willy Spillebeen; zie andere reflectieopdracht), waarbij ik met name ben ingegaan op de vragen waarmee Kees zijn leven lang is blijven zitten en die hij aan Jan stelt: Waarom wilde Jan dat Kees ook omhoog klom? Was het de bedoeling dat ze samen dood gingen? Of sprong Jan omdat Kees beneden was gebleven? En niet te vergeten de - enigszins triviale - vraag (waarnaar de titel van de roman verwijst) die Kees altijd heeft beziggehouden: zag Jan die dag de zee vanaf het topje van de schoorsteen?


Geraadpleegde secundaire literatuur:


Witte, T. (2006) 'Van Floortje Bloem naar Inni Wintrop. Zes stadia van literaire ontwikkeling', in: Levende Talen Magazine, jg. 93, no. 5, pp. 5-8. Geraadpleegd op 25-10-2017 op http://www.lt-tijdschriften.nl/ojs/index.php/ltm/article/view/272. 

dinsdag 31 oktober 2017

Reflectie verwerkingsopdracht 39 (boekverfilming) - Ben X door Sonja


BOEK
Titel: Ben X. NIETS was alles wat hij zei (2002; gelezen uitgave: Averbode/De Standaard, 2012)
Schrijver: Nic Balthazar
Aantal pagina’s: 100

Doelgroep

Volgens uitgeverij Averbode is dit boek geschikt voor jongeren vanaf 15 jaar. De openbare bibliotheek (https://www.bibliotheekzout.nl) ziet het als een YA-boek. Ik sluit mij hierbij aan. Vanwege de suïcidethematiek en het soort game dat de hoofdpersoon speelt (geweld, porno) acht ik het boek minder geschikt voor jongere lezers.
De hoofdpersoon is een zeventienjarige autistische jongen, Ben, die niet of nauwelijks praat (behalve via chat online). Hij kampt met psychische problemen die passen bij de leefwereld van jongeren in de leeftijd van 15 tot 18 jaar: eenzaamheid, gameverslaving, pesten, zelfdoding. Het zijn juist dit soort psychische problemen, aldus Van Coillie (2007:75-76) en Ros (2010:15), die de lezer op de grens tussen adolescentie en volwassenheid interesseren. Ik acht de kans groot dat de lezer zich sterk emotioneel betrokken voelt bij dit verhaal, omdat het hem aan het denken zet over belangrijke morele kwesties, in eerste instantie omtrent pesten op school (een veelvoorkomend fenomeen), in tweede instantie over autisme. Daarnaast werpt het vragen op over de grenzen tussen de virtuele werkelijkheid van games en die van het dagelijkse leven, alsmede over de gevolgen van gameverslaving, hetgeen een actueel probleem is onder jongeren.


Beoordeling

Ben X 
bestaat uit 19 korte hoofdstukken van gemiddeld vijf pagina’s. Het verhaal, dat  gebaseerd isop een waargebeurde zelfmoord van een puber (voorwoord van de auteur), is goed leesbaar, zonder ingewikkeld taalgebruik (hooguit af en toe een Vlaams woord of zinsnede). Het geeft een goed beeld van de pestproblematiek, die ik als centraal thema van het boek zie. De wijze waarop Ben door klasgenoten gepest wordt confronteert de jonge lezer met de vraag: ben ik net als die omstanders die wegkijken als iemand gepest wordt of durf ik in te grijpen?
Het tweede thema is autisme. Ben X geeft een goed beeld van hoe het is om als autist door het leven te gaan en hoe anderen (ouders, klasgenoten, artsen etc.) tegen hem aankijken. Ben doet alles volgens eenzelfde ritueel: “Maar van de vaste weg afwijken, de routine doorbreken, het was als een longpatiënt die zijn beademingsmachine zou achterlaten en het op een lopen zou zetten.” p. 50).

Het is een verhaal dat je in één ruk uitleest, omdat het spannend blijft. Vanaf het begin is er de dreiging dat het slecht afloopt met Ben, omdat hij ‘het plan’ heeft om zelfmoord te plegen. Het einde is echter verrassend (wel jammer dat ik dit nu moet verklappen): Ben ensceneert met medeplichtigheid van een andere gepeste klasgenoot én van zijn ouders zijn eigen crematie. Als afscheid laat hij de klasgenoot een gedicht van eigen makelij oplezen en worden videobeelden van het pesten getoond aan de aanwezigen, waaronder zijn docenten, de pesters en andere klasgenoten. In het laatste hoofdstuk blijkt dat zijn online vriendin ‘Barbie’ alleen in de verbeelding van Ben bestaat.


FILM
Titel:
 Ben X.
Regisseur: Nic Balthazar
Verschijningsdatum: 26-9-2007
Duur: 93 m.

Doelgroep

Het boek is door de auteur zelf verfilmd. Op de dvd staat aangegeven dat het voor 12 jaar en ouder is, waarbij het symbool ‘geweld’ van de Kijkwijzer is afgebeeld. Als doelgroep voor de film, die diverse prijzen heeft gewonnen, zou ik 12+ aanhouden, dus een iets ruimere doelgroep dan de roman. Dat heeft te maken met het feit dat de film iets ‘luchtiger’ is dan de roman, de hoofdpersoon er meer is ingebed in zijn familie en ook samen met zijn familie ‘het plan’ uitvoert waarmee de film afsluit.


Beoordeling film

De film volgt in grote lijnen het boek, met dezelfde thema’s en grotendeels dezelfde personages. Je kunt de film onafhankelijk van het boek bekijken. Persoonlijk vind ik de film minder zwaar dan het boek: de held komt iets minder eenzaam en iets minder hulpeloos over (niet in de laatste plaats omdat zijn online vriendin meer zichtbaar is). Er zijn op een groot aantal punten verschillen tussen roman en film. De film is fragmentarischer: steeds duiken er in het heden beelden op uit de lievelingsgame van Ben en flashbacks. Deze flashbacks zijn scènes uit zijn kindertijd (we zien Ben als jongetje dat het moeilijk heeft op de basisschool) en flarden van interviews met zijn ouders, klasgenoten, docenten en artsen. De snelle montage en het camerawerk (ronddraaiende camera, vogelperspectief, kikkerperspectief, close-up) geven de film veel vaart. Ook in de film wordt de spanning zorgvuldig opgebouwd. Enig ‘nadeel’ voor een Nederlands publiek is dat er in de film met een onmiskenbaar Vlaams accent wordt gesproken.


Reflectie op de verwerkingsopdracht

Dit is een leuke, veelomvattende verwerkingsopdracht, die vanwege de omvang ook zeer geschikt is om in duo’s of groepjes te laten uitvoeren. Het lezen van recensies van boek en film dwingen de leerling om zijn eigen positie te bepalen over boek en film en uiteindelijk zijn eigen waardeoordeel te formuleren op basis van concrete criteria.  
Een lijst samenstellen met verschillen tussen boek en film is eveneens een zinvolle opdracht, temeer daar de leerling vijf vragen moet formuleren waaruit blijkt of iemand zowel film als roman heeft gelezen. De verschillen tussen roman en film zijn in dit geval zeer frappant en kunnen gemakkelijk via bijv. een Kahoot aan de klas voorgelegd worden. De verschillen vormen ook interessante stof voor een klassengesprek.
De vraag naar de voorkeur van de leerling (boek of film?) vind ik relevant, omdat het de leerling dwingt zijn voorkeur te onderbouwen. Zelf vind ik het lastig om een voorkeur uit te spreken. Als alternatief noem ik derhalve de mogelijkheid om de leerling te vragen om twee scènes met elkaar te vergelijken, zodat hij begrijpt hoe de scène uit de roman is ‘vertaald’ naar het medium film. Dit verscherpt zijn analytische blik en zijn kennis van adaptatie (vertaling van literaire procedés in filmische taal, van literaire procedés in striptaal etc.).

Tot slot wil ik zowel boek als film van harte aanbevelen voor gebruik in de les Nederlands. Ben X is in diverse vormen beschikbaar: roman, toneelstuk, film en graphic novel*. Juist dankzij dit intermediale karakter kan het goed ingezet worden voor leesbevordering: er is voor elke leerling wat wils. Het begrip van fictie in brede zin kan worden aangescherpt door leerlingen te vragen twee vormen met elkaar te vergelijken. De thema’s autisme, gameverslaving, pesten op school en zelfmoord zijn bovendien sociaal zeer relevant en verdienen het om ruimschoots onder de aandacht te worden gebracht van jongeren.


* In 2015 bewerkte nDurlie (pseud. Veerle Colle) het boek tot een graphic novel (uitg. Lannoo). Het was in 2016 een tip van de Jonge Jury (https://www.leesplein.nl/jongerenliteratuurplein/leestips/ben-x/5760 )

Geraadpleegde secundaire literatuur:

Coillie, J. van (2007), Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken? Leuven/Leidschendam, Davidsfonds uitgeverij / Nbd Biblion.

Ros, B. (2010), 'Young Adult: genre of leeftijdscategorie?', In: Literatuur zonder leeftijd, jg. 24, no 83, pp. 9-17.