Posts tonen met het label Reactie op recensie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Reactie op recensie. Alle posts tonen

donderdag 5 april 2018

Reactie op recensie ‘Tiffany Dop’ van Natasja Plug – door Eveline


Reactie op recensie ‘Tiffany Dop’ van Natasja Plug – door Eveline

Titel: Tiffany Dop
Plaats van uitgave: Rotterdam
Uitgeverij: Lemniscaat
Auteur: Tjibbe Veldkamp
Jaar van uitgave: 2009

Eerste indruk
Toen ik de flaptekst van het boek las, dacht ik, waar gaat dit in hemelsnaam heen? Een meisje van dertien dat een baby wil, hoe gaat ze dit doen? Doemscenario’s kwamen bij mij naar boven en ik stond er een beetje huiverig in. Dit absurde idee maakt dat je verder wil lezen in het boek. Het boek leest, zoals Natasja aangeeft, ook heel makkelijk weg. Ik had het boek vrij snel uit en vond vervolgens ook echt dat ik een heel leuk boek had gelezen. Het boek verveelt geen moment. Daar komt bij dat het taalgebruik goed aansluit bij de jeugd. En datzelfde geldt voor de mate van inleving die herkenbaar zal zijn voor jeugdige lezers. Tiffany kijkt naar volwassen taferelen met haar nog wat kinderlijke blik.
Een reusachtige zwarte vrouw stond te kletsen met een magere blanke. Ze hadden kleine bikini’s aan, maar droegen wel laarzen tot boven de knie (p.41).

Reactie op recensie ‘Oorlog in de klas’ van Merel Nijenhuis – door Eveline


Reactie op recensie ‘Oorlog in de klas’ van Merel Nijenhuis – door Eveline

Titel: Oorlog in de klas
Plaats van uitgave: Amsterdam
Uitgeverij: Leopold
Auteur: Theo Engelen
Jaar van uitgave: 2010

Eerste indruk
Het eerste wat opvalt aan het boek is dat het inderdaad, zoals Merel vertelt, dicht bij de waarheid ligt. Het is een verhaal over een heel gewone jongen en zijn vrienden, dat inderdaad echt gebeurd zou kunnen zijn. Ik ben zelf een paar keer bij kamp Vught geweest en dat helpt ook mee in de beleving van het verhaal. Alledaagse dingen in de oorlog worden goed beschreven. Zoals de mensen die van het station naar het kamp moeten lopen en hoe mensen hierop reageren. Door ieder hoofdstuk met een primaire bron te beginnen, wordt iedere keer weer benadrukt dat dit echt gebeurd is. Het geeft dus wat zwaarte aan het verhaal.

maandag 30 oktober 2017

Reactie op recensie Gedichten van de broer van Roos (2017) van Irene Wolf - door Sonja

Reactie van Sonja op de recensie van Gedichten van de broer van Roos (Tim Hofman, 2017, gelezen als e-book) door Irene Wolf - 'Wat is poëzie? Wie zal het zeggen?'*

Irene Wolf schreef een uitvoerige recensie over Gedichten van de broer van Roos. De diversiteit aan teksten en onderwerpen - van korte taalgrappen in het Nederengels tot meer serieuze gedichten over onderwerpen als liefde, overspel en ziekte - en het toegankelijke taalgebruik maakt de bundel geschikt voor de groep vijftien- tot achttienjarigen, zoals Irene stelt, waarbij ze verwijst naar de leesfase 15+ zoals die door Van Coillie (2007, p. 75-76) is beschreven. Ik vermoed dat met name jongeren die niet veel poëzie hebben gelezen een aantal teksten uit deze bundel leuk zullen vinden, ofschoon veel thema's (kanker, ouders, euthanasie, dementie) volgens mij meer passen in het leven van twintigers en dertigers.

Het feit dat de auteur Tim Hofman is, een BN'er van 29 die onder jongeren populair is, alsook het feit dat hij een aantal gedichten al eerder via Instagram en Twitter heeft verspreid, verklaart volgens mij het grote succes van deze bundel (inmiddels is een zevende druk verschenen).

Ik denk niet dat "iedere lezer, zowel ervaren als minder ervaren" (Irene) onder de indruk is van deze gedichten. Het karakteristieke van poëzie is dat het een bijzondere kijk op de werkelijkheid biedt, waarbij elk woord "precies op zijn plaats staat": "Poëzie laat op een andere manier zien, horen en voelen dan proza." (Van Coillie 2007, p. 322). De bundel van Hofman getuigt zeker van plezier in taal, maar verrassend, origineel en fascinerend vind ik het geheel eerlijk gezegd niet. Daarvoor loopt de kwaliteit van de gedichten te sterk uiteen. Een flink aantal gedichten vind ik nogal plat en niet origineel of poëtisch. De gedichten in het Nederengels deden mij denken aan de Rollicky Rhymes in Dutch and Double Dutch (1958) van John O'Mill (pseudoniem van J. van der Meulen) maar dan minder grappig. Andere gedichten lijken vanwege hun eenvoud en kwinkslag op de gedichten van Toon Hermans (bijv. Liggen in het gras). Mijn waardeoordeel wordt dus bepaald door wat Mooij (1979) 'traditionele argumenten/ vernieuwings-argumenten' noemt: op grond van wat ik eerder gelezen heb, maken ze op mij persoonlijk niet zo'n indruk (hetgeen Mooij onder de 'emotivistische argumenten' rangschikt).

Een gedicht als 'Haramadan' ('Islam,/ dat je ’t weet: / er zit ham / in je profeet.') vind ik bagger (excusez le mot).
'Eenzaam, twee samen', waar de grafische vormgeving ervoor zorgt dat je het gedicht als twee monologen kunt lezen of als het portret van een narcist, vind ik een mooi gedicht.
Tussen deze twee uitersten zitten simpele gedichten als 'Vreemdgaan':

'Vreemdgaan
‘Goeiemorgen,
je was laat,’
zeg je als
je naast
me staat
en je aait
over m’n rug,
een tikje op
m’n kont,
ik draai
me om,
glimlach terug
en poets met
jouw borstel
de buurvrouw
uit m’n mond.'

"Het huis van de poëzie heeft vele kamers", stelt Van Coillie (2007, p. 323). Van Coillie zegt weinig over jeugdpoëzie, maar zijn uitspraak geldt volgens mij in het bijzonder voor gedichten voor jongeren. De bundel van Hofman vind ik daar een goed voorbeeld van: het is een huis met mooi ingerichte vertrekken, tochtige overlopen ('Haramadan') en met bijkeukens waar de 'dishes' worden gedaan. Door zo'n huis dwalen lijkt mij een leerzaam avontuur voor jongeren, omdat het hen in de gelegenheid stelt om te bepalen welke gedichten hen persoonlijk aanspreken en welke niet (en waarom). Plezier ervaren in de taal is daarbij belangrijk. Dat plezier zal een jongere lezer zeker uit deze bundel halen. Ik kan mij dan ook goed voorstellen dat de gedichten in de klas tot leuke gesprekken kunnen leiden over de vraag 'Wat is poëzie? Wie zal het zeggen?'*

Sonja

* E. Farjeon, geciteerd in Van Coillie 2007, p. 322.

Gebruikte secundaire literatuur:

Coillie, J. van (2007), Leesbeesten en boekenfeesten. Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken? Leuven/Leidschendam, Davidsfonds uitgeverij / Nbd Biblion.

Mooij, J. (1979), ‘De motivering van literaire waardeoordelen’, in: J. Mooij, Tekst en lezer. Opstellen over algemene problemen van de literatuurstudie. Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, p. 253-278.

zondag 29 oktober 2017

Reactie op recensie De veteraan (2014) van Maxiem Janssen - door Sonja

REACTIE OP RECENSIE DE VETERAAN (2014) VAN MAXIEM JANSSEN

Ik reageer op de recensie van De veteraan (johan Faber, 2014, gelezen als e-book) van Maxiem Janssen. Ik kan mij voor een belangrijk deel vinden in de inhoud van de recensie, voor een deel ook niet.

Met Maxiem ben ik van mening dat dit boek meer geschikt is voor volwassen twintigers dan voor jongeren tussen de 15 en de 18 (Young Adult). De meer complexe, literaire schrijfstijl (met veel beeldspraak, laagfrequente woorden, vaak lange zinnen, veel beschouwingen) vraagt om een meer ervaren lezer. Daarnaast denk ik net als Maxiem dat een jonge lezer zich niet automatisch identificeert met de hoofdpersoon, waarvan hij meer dan 200 pagina's lang de zieleroerselen volgt.  In Young Adult literatuur is de hoofdpersoon meestal een zestien- tot twintigjarige op de grens van volwassenheid (Van Coillie 2007, p. 75). Meindert is echter geen opgroeiende adolescent met groeipijnen (ofschoon hij nog nooit met een vrouw naar bed is geweest en slechts één keer verliefd is geweest, namelijk op zijn dertiende) maar een veteraan van 29 à 30 jaar die na zijn terugkeer uit de oorlog worstelt met zijn heldenstatus (hij heeft wegens uitzonderlijke verdienste een hoge onderscheiding gekregen) en zijn ervaringen als sluipschutter. Hij is in Afghanistan gewond (en ontmand) geraakt door een bermbom. De grote fysieke en mentale ravage die de oorlog bij Meindert heeft aangericht, zijn onvermogen om het gewone leven na zijn 'pensioen' weer op te pakken en de vele flashbacks die hem terugvoeren naar Afghanistan, confronteren de lezer met vérreikende morele vraagstukken. Niet echt een problematiek waar een jongere tussen de 15 en 18 zich in herkent of mee bezighoudt. 

Het genre (psychologische roman) en de thematiek (oorlogstrauma, vermissing van een kind, zwijgcultuur, marginalisering) acht ik wel geschikt voor de doelgroep Young Adult. De toenemende marginalisering van Meindert door de kleine dorpsgemeenschap vind ik prachtig neergezet. Maxiem is over dit aspect minder enthousiast. Het deed mij denken aan andere romans over outsiders, zoals Het verslag van Brodeck (2007) van de Fransman Philippe Claudel. Op een gegeven moment zegt een andere outsider (bijgenaamd 'de Dichter') tegen hem: "Je bent de eenling die tegenover de groep staat. Geen harder lot kan je treffen. Als je in het stof ligt, staan de grootste lafaards in de rij om je nog een trap in de rug te geven. De mens is een sociaal dier, lees ik weleens. Ja, tot je het waagt anders te zijn. Tot je iets doet of denkt of zegt waarmee je jezelf buiten de kudde plaatst. ’t Is allemaal biologisch bepaald. Wat afwijkt, moet weg. Survival of the fittest. Niet de sterkste overleeft, maar de meest aangepaste.’ (hoofdstuk 27, mijn cursivering). 
Veel observaties en overpeinzingen van Meindert betreffen het oorlogsgebeuren, waarvan de essentie mooi wordt verpakt in zinnen als: De oorlog was een meedogenloze scherprechter van het menselijk tekort. Je kon nog zo goed voorbereid op pad gaan, pas in de huilende chaos van de vuurgevechten bleek wie er wel en niet geschikt waren voor de gevechtspatrouilles.” (hoofdstuk 17, mijn cursivering). 

In De veteraan wordt niet duidelijk wat er destijds precies is misgegaan in Afghanistan. Er wordt geheimzinnig over gedaan, er mag officieel niet over gesproken worden, de Amerikanen zijn erbij betrokken, er dreigen zelfs wraakacties van de Taliban. Wat werkelijkheid is en wat verzonnen blijft onduidelijk. Je gaat je als lezer zelfs afvragen (samen met zijn dorpsgenoten) of Meindert überhaupt wel een oorlogsheld is. De geheimzinnigheid waarmee het verleden en het heldendom van Meindert is omgeven, deed mij niet alleen denken aan De donkere kamer van Damocles (W.F. Hermans, 1958) , maar ook aan actuele berichten over de zwijgcultuur bij Defensie. Eerder deze maand waren missers die plaatsvonden tijdens buitenlandse militaire missies, voor de Nederlandse Minister van Defensie Hennis-Plasschaert aanleiding om af te treden. Op grond van dit soort ‘mimetische argumenten’ (Mooij 1979) vind ik dat de militaire thematiek geloofwaardig en herkenbaar overkomt. 

Op grond van ‘stilistische argumenten’ (Mooij 1979) vind ik De veteraan eveneens een geslaagd boek. Mooi is de typering van de verschillende personages en de beschrijving van de wilde natuur, zo ongeveer de enige plek waar Meindert zich nog in zijn element voelt. De spaarzame, korte dialogen tussen Meindert en andere personages (waaronder de veertienjarige Mieke en de driejarige Jessica) geven goed weer dat hij geen prater is en moeilijk kan omgaan met gevoelens. In deze dialogen manifesteert zich op subtiele wijze het onuitgesprokene dat steeds als een soort venijn blijft broeien in deze kleine plattelandsgemeenschap waar iedereen elkaar kent en in de gaten houdt. Ook het einde van de roman vind ik goed gekozen. 

Ik vond de eerste helft van de roman spannend genoeg om door te blijven lezen. De roman begint met een spannende openingszin (“Er werd een meisje vermist. Ze was veertien.”, waardoor je je automatisch afvraagt wie de dader is) en wordt gevolgd door een mooie sfeertekening van de gemoedstoestand van de getraumatiseerde Meindert die in de plaatselijke supermarkt wordt geconfronteerd met roddelende dorpsgenoten. Je weet als lezer eerst niet of deze toenemende marginalisering iets is wat Meindert zich verbeeldt. Feit is immers dat hij steeds meer paranoïde trekjes vertoont. Gaandeweg begin je te begrijpen dat Meindert door zijn ervaringen in Uruzgan flink is beschadigd  en simpelweg alle schijn tegen zich heeft. Beetje bij beetje wordt eveneens duidelijk dat vriend en Afghaanveteraan Menno een duistere rol in het geheel speelt. Deze spanning wordt in de 53 hoofdstukken volgens mij goed opgebouwd, doordat er steeds meer stukjes uit de puzzel zichtbaar worden.

Toch begrijp ik wel waarom Maxiem de roman “wat langdradig” en “zwaar” vond. Halverwege de 53 hoofdstukken kreeg ik zelf ook minder zin om door te lezen vanwege de hoge doseringen verleden die steeds het heden in de vorm van flashbacks doorbreken. Dit zorgt er voor dat het raadsel omtrent de vermissing van het 14-jarige meisje (who dunnit?) in laag tempo wordt ontrafeld. Als lezer kreeg ik in de tweede helft steeds vaker een ‘déjà vu’ (wéér een stuk over Afhanistan!). Dit klopt natuurlijk helemaal met wat de getraumatiseerde Meindert meemaakt wiens leven in toenemende mate bepaald wordt door fysieke en geestelijke pijn, in de roman meestal uitgedrukt als "pijn", zonder lidwoord, dus bijna als een autonoom personage: "Toen kwam pijn. In een oogwenk had pijn zich comfortabel genesteld achter zijn rechteroogbol, waar zich een roodgloeiende knikker bevond die naar alle kanten pijngolven uitstraalde. Meindert wist dat het kon gebeuren en toch verraste het hem keer op keer. Pijn arriveerde altijd zonder waarschuwing vooraf en kon overal in zijn lichaam opduiken, op allerlei manieren."(hoofdstuk 5). 
Meindert is aan het overleven (net zoals in de oorlog), worstelt met een groot verlies aan controle, met geheugenverlies én met (oncontroleerbare) herbelevingen. Hierdoor ga je als lezer vermoeden dat Meindert aan zijn tijd in Afghanistan een ernstige posttraumatische stressstoornis heeft overgehouden, een ziekte die niet wordt genoemd in de roman, maar waarvan men sinds enige tijd weet dat hij vaker voorkomt bij (oud-)militairen. Dat de beklemming mij als lezer in de tweede helft soms bijna teveel wordt, bewijst volgens mij dan ook dat de roman in ‘emotivistisch’ opzicht (Mooij 1979) geslaagd is.

Op grond van bovenstaande argumenten wil ik De veteraan aanraden aan ervaren lezers tussen de 15 en 18 jaar en aan volwassen lezers.



Sonja


Gebruikte secundaire literatuur:

Coillie, J. van (2007), Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken? Leuven/Leidschendam, Davidsfonds uitgeverij / Nbd Biblion.

Mooij, J. (1979), ‘De motivering van literaire waardeoordelen’, in: J. Mooij, Tekst en lezer. Opstellen over algemene problemen van de literatuurstudie. Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, p. 253-278.

Veteraneninstituut (2015), 'Posttraumatische stressstoornis na uitzending. Factsheet', gedownload op 29-10-2017 (https://www.veteraneninstituut.nl/wp-content/uploads/2015/02/FS6-Posttraumatische-stressstoornis-na-uitzending1.pdf)


vrijdag 27 oktober 2017

Reactie op recensie van Martine Jeuken op het boek 'Lijfstraf'

Martine beschrijft dat het boek heel beeldend beschreven is: zo zie je de gebeurtenissen voor je gebeuren. Hier ben ik het mee eens. Het boek is beeldend beschreven, waardoor je je als lezer een goede voorstelling kunt maken van de situatie. Als lezer vind ik het persoonlijk altijd prettig als de schrijver een situatie of omgeving gedetailleerd omschrijft. Als beelddenker is het namelijk prettig om je er zo een goede voorstelling van te kunnen maken.

Martine beschrijft ook dat het boek realistisch is en dat veel kinderen van de leeftijd 12 tot 18 jaar zich in het verhaal zullen herkennen. Het verhaal gaat namelijk over een identiteitscrisis bij een jongen waarin zijn vrienden een grote rol spelen. Martine geeft aan, net als Collie (2007), dat dit in het echt ook het geval is. Ik ben het eens met dit argument van Martine. Ik denk ook dat kinderen van deze leeftijd zich in het verhaal zullen herkennen. Het verhaal gaat over een jongen die, onder andere, worstelt met of hij homo is of niet. Dat is het enige stukje waarvan ik denk dat niet elk kind zichzelf daarin zal herkennen, want immers niet iedereen worstelt met zijn geaardheid.

Waar ik een andere mening over heb dan Martine is het einde van het boek. Ik vind het juist niet storend dat het einde van het boek wat abrupt is. Hierdoor kan je als lezer verder fantaseren over de afloop tussen Bowie en Biko. Wel vind ik het begrijpelijk dat het voor veel lezers storend kan zijn als een verhaallijn niet met een gesloten einde eindigt.

Bronnen
Bogaart, E. van den. (2015). Lijfstraf. Haarlem: Uitgeverij Holland
Collie, van. J. (2007). Leesbeesten en boekenfeesten. Leidschendam: Uitgeverij Biblion.

Reactie op recensie van Merel Nijenhuis op dichtbundel 'Je bent er geweest'

Merel beschrijft in haar recensie 'Je bent er geweest' (2015) dat het een dun boekje is met relatief korte gedichten, maar dat dit niet wegneemt dat het boekje complexe poëzie betreft. Hier sluit ik mij bij aan. De gedichten gaan namelijk over kinderen in Israël en Palestina. Over kinderen in de oorlog. Hierdoor worden de gedichten complex en aangrijpend, zoals Merel ook beschrijft.

De doelgroep zijn kinderen met de leeftijd van 12 tot 16 jaar. Merel beschrijft dat zij de materie te zwaar acht voor deze leeftijdcategorie. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Ik denk wel dat de gedichten indruk zullen maken op de kinderen en sommige gedichten als heftig ervaren kunnen worden, maar dat hierdoor de kinderen juist tot nadenken worden gezet en er momenten van besef ontstaan. Bijvoorbeeld het gedicht 'Jaloers' (Bruin & Munnik, 2015) dat over het 'gevangenschap' van een kind uit het Midden-Oosten gaat. De kinderen uit Nederland zullen zich hierbij extra kunnen realiseren hoe goed ze het hier hebben.

Jaloers
op de kraaien
die krijsend wegvliegen
nog snel een stukje brood graaiend naar die kant
waar jij  niet komen mag
waar jij slechts van dromen mag

sta je te kijken
naar zijn vlucht
en gooit een steentje in de lucht

naar het beest
dat vleugels heeft
en hier óók leeft

In de gedichtenbundel zijn illustraties toegevoegd die de gedichten ondersteunen. Dit heeft Merel niet in haar recensie genoemd. De illustraties zijn haast kinderlijk getekend, waardoor het beter aansluit bij de doelgroep. Ook denk ik dat de illustraties de inhoud van de gedichten op een mooie manier ondersteunen. Het voegt net dat beetje extra toe aan de woorden. 

Zoals Collie (2007) beschrijft leert veel recente kinder- en jeugdpoëzie de lezer met andere ogen naar de werkelijkheid kijken. Ik denk dat dat bij deze gedichtenbundel aan de hand is. De lezer leest gedichten over kinderen in de oorlog uit het Midden-Oosten. Hierdoor moet je je als lezer wel realiseren hoe wij het in Nederland hebben en dat er kinderen zijn die in oorlog en angst leven.

Bronnen
Bruin, de. A. & Munnik, L. (2015). Je bent er geweest. Utrecht: Levendig Uitgever.
Collie, van. J. (2007). Leesbeesten en boekenfeesten. Leidschendam: Uitgeverij Biblion.


donderdag 26 oktober 2017

Reactie op recensie - Een weeffout in onze sterren


Reactie op recensie Een weeffout in onze sterren

Een reactie op de passage waarin Natasja beschrijft dat het boek een realistisch beeld geeft van het leven van tieners met kanker. Ik ben het eens met deze opmerking van Natasja. Doordat het verhaal in de ik-vorm verteld wordt door Hazel, leef je ontzettend met haar en haar zieke leeftijdsgenoten mee. Ook de dialogen tussen de verschillende personages zijn levensecht beschreven en hoor je bijna hardop terwijl je aan het lezen bent.  
Ook ben ik het met Natasja eens dat de ziekte kanker geloofwaardig wordt beschreven in het boek. Hazel kan niet zonder haar zuurstoftank en de schrijnende aftakeling van Augustus zie je voor je door het beeldend taalgebruik van John Green.

Geschiktheid doelgroep
Volgens www.lezenvoordelijst.nl is dit boek geschikt voor lezers tussen de 12 en 15 jaar. Zelf vind ik het boek misschien meer geschikt voor jongeren op iets oudere leeftijd. De heftige situaties van de hoofpersonen in het boek zijn namelijk zo beschreven dat je als lezer intens gaat meeleven met deze jonge hoofdpersonen. Voor kinderen van 12 jaar vind ik dit vrij heftig. Ik vind het boek dan ook eerder geschikt voor adolescenten en volwassenen. Dat de hoofdrolspelers jongeren zijn, maakt het boek naar mijn mening niet minder geschikt voor volwassenen. 
De belangrijkste opgave voor een adolescent is het zoeken naar een eigen identiteit. De plotselinge, ongecontroleerde, lichamelijke veranderingen brengen veel pubers uit evenwicht. Voor de jonge adolescent staat of valt het zelfbeeld met de lichamelijke aantrekkelijkheid. De hoofdpersonen in dit boek moeten alle drie al op zeer jonge leeftijd leven met een fysieke beperking: Hazel kan niet zonder zuurstoftank vanwege haar vollopende longen, Augustus heeft één been waar hij zich ongemakkelijk over voelt en Isaac wordt blind, waarna zijn vriendin het uitmaakt. In dit boek wordt het leven van drie adolescenten beschreven waarbij het zelfbeeld is aangetast vanwege een zeer heftige ziekte.
Adolescenten ontlenen aan de ‘peer group’ heel wat opvattingen over de wereld en laten er zich in hun gedrag sterk door beïnvloeden. Terwijl Hazel in eerste instantie niets wil weten van de  praatgroep voor jongeren met kanker, klikt het meteen tussen haar en Augustus, een jongen die botkanker heeft gehad, en krijgen ze later in het verhaal zelfs een relatie met elkaar.  


Bronnen
-          Coillie, J. van. (2007). Leesbeesten en boekenfeesten. Leidschendam: Uitgeverij Biblion. 
-          Green, J. (2014). Een weeffout in onze sterren (12e druk).  Lemniscaat, Rotterdam


woensdag 25 oktober 2017

Reactie op de recensie 'Oorlog in de klas' van Merel Nijenhuis door Tom Hanekamp

In de recensie van ‘Oorlog in de klas’ (2010) van Merel Nijenhuis door Tom Hanekamp.

Verhaallijnen
Merel Nijenhuis beschrijft dat Oorlog in de klas een historisch boek is met verhaallijnen die waargebeurd kunnen zijn. Elk nieuwe hoofdstuk begint met een aankondiging. De personages uit het boek krijgen allemaal met deze aankondigingen te maken. Deze aankondigen zijn letterlijk overgenomen uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Hierdoor ben ik het met Merel eens dat het een erg realistisch boek is.

Adolescentie
Merel geeft aan dat de doelgroep van dit boek  12 jaar een ouder is. Hierdoor is het goed bruikbaar in bijvoorbeeld de brugklas. De hoofdpersoon zit ongeveer in dezelfde leeftijd een maakt typische adolescentendingen mee. Zo lezen wij hoe de gevoelens van bepaalde mensen veranderen. Volgens Merel is vriendschap een belangrijk thema. Tijdens het lezen van het boek, sprong dit er voor mij ook erg uit. Leerlingen van 12 jaar en ouder zullen dit boek interessant kunnen vinden, omdat het niet erg veel bladzijden heeft. Daarnaast komen in het boek de thema’s avontuur en liefde terug. Dit spreek volgen Coillie (2007) niet alleen jongens maar ook meisjes aan.

Moraal
Merel geeft in haar recensie aan dat de scheidslijn tussen goed en kwaad niet altijd duidelijk is. Lex houdt namelijk erg van zijn ouders, maar zij zijn niet altijd even goed in het verhaal. Hierdoor komt Lex ook in conflict met zichzelf. Dit kwam voor mij persoonlijk in het boek goed naar voren. Lex heeft zijn ouders, maar ook Joodse vrienden. Ik moet het dan ook beamen dat naast de thema’s liefde en avontuur er ook echt een thema in is verwerkt wat te maken heeft met discriminatie. Lex begrijpt bijvoorbeeld helemaal niet waarom de Joodse mensen zo slecht behandeld moeten worden. Sommige lezers zullen zich hierdoor met Lex kunnen identificeren. Lex mag dan wel in de tijd van de oorlog hebben geleefd. Zoals Merel in haar recensie beschrijft zijn er genoeg aansprekende aspecten in het boek. Lex is bijvoorbeeld verliefd en onderneemt veel acties met zijn vrienden. Bij dit vriendengroepje vallen niet alleen jongens. Er hoort ook een meisje bij. Dit past goed in de huidige tijdgeest.
‘Aan alle Kampbewoners. Tot ons grote leedwezen moeten wij U op de hoogte stellen van een verschrikkelijk ongeluk, dat ons getroffen heeft. Op hoog bevel van elders, moeten alle kinderen van 0 tot ca. 16 jaar het Kamp verlaten… (Engelen, 2010, p. Juni 1943 blz 2). Dit is een passage waarbij ik erg moet meeleven met de hoofdpersoon Lex. Lex zal deze avond nooit vergeten en hij is op het moment ook erg emotioneel.
Passages zoals hierboven beschreven geven wel aan dat het boek als iets literairs kan worden gezien. Het is realistisch en het zou zo waargebeurd kunnen zijn. Coillie (2007) geeft ook aan dat de lezer wil meehelpen aan het ongewone en onbekende. Er gebeurt steeds iets waardoor er bepaalde gebeurtenissen later in het boek plaatsvinden. Deze gebeurtenissen hebben dan ook telkens weer uitwerkingen op de hoofdpersonage.

Conclusie
Het is een makkelijk te lezen boek dat je vrij snel kunt uitlezen. Het is goed opgebouwd met spannende momenten, waardoor je het ook blijft doorlezen. Hierdoor is boek beter toegankelijk voor leerlingen die niet zo gemotiveerd zijn om te lezen. Het is niet alleen geschikt voor jongens, ook meisjes zullen dit boek kunnen lezen. Het is een realistisch verhaal over de Tweede Wereldoorlog. Dit onderwerp is nog steeds populair onder de jongeren. Zeker een aanrader!


Bronnen
- Van Coillie, J., Leesbeesten en boekenfeesten. Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken?, Davidsfonds Uitgeverij NV, 2007.
- Engelen, T., Oorlog in de klas, Noordhoff Uitgevers BV, 2010.

 

Reactie op de recensie ‘Je bent er geweest’ van Merel Nijenhuis door Tom Hanekamp.

Reactie op de recensie ‘Je bent er geweest’ van Merel Nijenhuis door Tom Hanekamp.

Merel schrijft in haar recensie ‘Je bent er geweest’ (2015) dat het een dun gedichtenbundeltje is met korte gedichten. Echter behandelt het complexe poëzie. Met dit punt ben ik het zeker eens. In het gedichtenbundel wordt een onderwerp behandeld wat erg aangrijpend is.
Ook geeft Merel Nijenhuis aan dat je dit gedichtenbundel goed kan gebruiken om de problematiek in het Midden-Oosten bespreekbaar te maken. Een gedicht waar dat goed mee kan, is het gedicht ‘Spelen’. “Kinderen spelen en rennen rond, in die knotsgekke stad, op heilige grond, kinderen spelen om kind te zijn, zij zoeken het leven, vol eeuwige gein, kinderen spelen op iedere grens, kinderen spelen, zij blijven mens, kinderen spelen op zoek naar zichzelf, je bent nog geen man, je bent pas elf, kinderen spelen achter de muur, tekenen vogels met zelfbestuur, kinderen spelen hun eigen droom, vergeten voor reven hun checkpointsyndroom.” (Bruin, 2015, p. 5). Dit gedicht beschrijft een bekend probleem zonder precies te noemen waar het zich afspeelt.
Iets dat niet wordt genoemd door Merel Nijenhuis is dat er prachtige illustraties zijn toegevoegd aan het boek. Deze illustraties geven toch een extra dimensie aan de gedichten. Persoonlijk vind ik dit erg fijn. Het volgende gedicht Krom heeft zo’n mooie illustratie: ‘Wat recht is, maken we krom, de muur loopt daarom achterom, dwars door jouw tuin, dwars door jouw thuis, dwars door jouw land, door jouw verstand, dwars door jouw grond, dwars door het goddelijk verbond, wat ooit aan Abraham is gezegd, wie maakt dat nu weer recht? (Bruin, 2015, p. 20). Bij dit gedicht is een illustratie toegevoegd van een doolhof waar een tank dwars overheen rijdt. De muren van het doolhof stellen de kronkels in het hart voor. De tank waarschijnlijk degene die alles wat krom is weer recht denkt te kunnen maken.
Merel Nijenhuis geeft aan dat de doelgroep van 12 tot 16 jaar is. Zij denkt wel dat de materie wat zwaar is voor de doelgroep. Ik denk juist dat een gedichtenbundel als dit goed bruikbaar is in de lessen. Niet alleen bij Nederlands, maar ook bij andere vakken. De doelgroep kan volgens mij ook wel verder worden uitgebreid naar volwassenen. Vooral bij dit onderwerp kunnen bepaalde gedichten je aan het denken zetten over normen en waarden (Van Coillie, 2007, p. 323).
Bepaalde gedichten kunnen op meerdere manieren worden geïnterpreteerd. Hierdoor zou je kunnen zeggen dat het om literatuur gaat. Sommige gedichten zijn wat saai geschreven, maar er zitten zeker gedichten tussen met structuur. Een gedicht dat je laat dat nadenken is bijvoorbeeld: ‘Een ander soort. Zij zijn een ander soort, zij worden niet gehoord, hun olijfbomen gekapt, hun land ingepikt, hun rechten vertrapt, steeds verder verstrikt, zij zijn een ander soort, zij worden niet gehoord, er moet een muur omheen, zij moeten door een poort, fouilleren één voor één, en langzaam overboord, zij zijn een anders soort, zij worden niet gehoord, zij komen niet van ver, zij zijn hier niet te gas, zij wonen hier van oudsher, machteloos verrast.’ (Bruin, 2015, p. 30).  
Van Coillie (2007) geeft aan dat gedichten verschillende functies hebben. Zoals al eerder beschreven kan dit gedichtenbundel gebruikt worden bij bepaalde thema’s. Dit zet leerlingen aan het nadenken over normen en waarden, maar ook over hun eigen identiteit. Zingevende en emotivistische functies sluiten goed aan bij dit gedichtenbundel.

Bibliografie

Bruin, A. d. (2015). Je bent er geweest. Proost, België: Levendig Uitgever.
Van Coillie, J. (2007). Leesbeesten en boekenfeesten. Leidschendam: Bibilion.





Reactie op de recensie ‘De jongen in de gestreepte pyjama’ van Sander Nijland door Ilse van Gasteren.


In de recensie ‘De jongen in de gestreepte pyjama’ (20)06 geschreven door Sander Nijland beschrijft Sander dat er in het verhaal op meerdere manieren de kwestie tussen goed en fout terugkeren. De hoofdpersoon in het boek weegt de normen en waarden af en is met zichzelf in conclaaf. Ik ben het met Sander eens dat dit typerend is voor het boek. Ook ben ik het met hem eens dat het boek de lezer tot nadenken zet.

Sander beschrijft eveneens in zijn recensie dat de schrijver van het boek spanning creëert. Ook dit ben ik met hem eens. Als lezer wil je graag doorlezen en weten wat er gaat gebeuren. Ook het stukje dat de hoofdpersoon en zijn vriendje aan het overleggen zijn of één van de twee onder het hek zou doorkruipen, vond ik het meest spannende (Boyne, 2006, p.133).

In de recensie is terug te lezen dat Sander van mening is dat het boek mooi is geschreven en dat het veel thema’s aansnijdt. Ik ben het hier mee eens. Ook beschrijft Sander dat de onschuld van Bruno op een mooie manier in is beeld gebracht. Ik ben het hiermee eens. Echter plaatst Sander hier de kanttekening bij dat hij vindt dat Bruno iets te naïef is beschreven. Hier ben ik het niet mee eens. Met de kennis die wij nu hebben van de geschiedenis, zal een kind dit minder snel overkomen. Echter was er toen onder de bevolking, en al helemaal bij kinderen, geen weet bij het feit dat er mensen in een concentratiekamp worden omgebracht.

‘De jongen in de gestreepte pyjama’ is geschreven voor adolescenten van 15-18 jaar. Dit boek past zeker bij deze leeftijdscategorie gezien het aangrijpende onderwerp. Het boek confronteert de lezers met de grenzen van het menselijk bestaan, vraagt een zekere leeservaring aangezien het boek een complexe structuur heeft met meerdere niveaus en standpunten. Ook moet de lezer zelf lege plekken invullen en het boek heeft een open einde, dus moet dit zelf invullen (Van Collie, 2007).

Bibliografie
Boyne, J. (2006). De jongen in de gestreepte pyjama. Amsterdam: Arena.
Van Coillie, J. (2007). Leesbeesten en boekenfeesten. Leidschendam: Bibilion.

Reactie op de recensie ‘Je bent er geweest’ van Merel Nijenhuis door Ilse van Gasteren.
In de recensie ‘Je bent er geweest’ (2015) geschreven door Merel Nijenhuis schrijft zij dit gedichtenbundel een dunne bundel is met korte, complexe poëzie. Ik ben het zeker met haar eens, omdat het onderwerp van het gedichtenbundel als heftig kan worden beoordeeld.

Merel schrijft daarnaast ook in haar recensie dat de gedichtenbundel goed bruikbaar is om de situatie in het Midden-Oosten bespreekbaar te maken in de klas. Ik sluit mij hier volledig bij aan. Juist omdat de gedichten kort zijn en waarin kinderen een hoofdrol spelen. Ook staan er mooie illustraties in het gedichtenbundel, waardoor de leerlingen een beeld krijgen bij de betekenis van het gedicht. Ik vind het gedicht ‘Toekomst’ erg bruikbaar in de les. Dit gedicht vergelijkt de situatie die er daar is, met de situatie waar onze kinderen in zitten. Het laat heel goed zien dat de kinderen hier het nog niet zo slecht hebben. ‘’ Je zit op school, doet vreselijk je best en het gaat goed, je hebt succes, ontwikkel jezelf, je leert voor je land, je leert voor woestijn, voor steen en voor zand, je zit op school, jouw leven lacht, je hoopt op straks, jouw toekomst wacht, achter de muur, waar moet je heen, je hoopt op een baan, maar hier is er niet één.’ (De Bruin, 2015, p. 16).

Zoals ik al hierboven hebt benoemd, wordt er door De Bruin (2015) in de gedichtenbundel gebruik gemaakt van illustraties. Dit werd door Merel niet in haar reactie benoemd. Echter denk ik dat het gebruik maken van illustraties voor kinderen juist van belang is om een beeld of gevoel bij een bepaald gedicht te krijgen. In het gedicht ‘Joesoef en Mirjam’ wordt gebruik gemaakt van zo’n illustratie: ‘Joesoef houdt van Mirjam, schande, schande, schande, dwars door dikke muren, tussen betonnen wanden, Joesoef houdt van Mirjam, schande, schande, schande, dwars door dwaze muren, kussen liefdesbanden, Joesoef houdt van Mirjam en zij houdt ook van hem, dwars door alle schande, volgen zij hun stem, Joesoef houdt van Mirjam, schande, schande, schande, zij breken alle muren af en laten liefde branden.’ (De Bruin, 2015, p. 5). Bij dit gedicht is er een illustratie van een jongen en een meisje getekend, die beide aan één kant van een dikke, betonnen muur staan. Onder die muur is een groot rood hart getekend. Dit plaatje ondersteund het gedicht dus super goed.

Merel Nijenhuis geeft aan dat de doelgroep van 12 tot 16 jaar is. Echter, vindt zij dat de gedichtenbundel niet past bij deze doelgroep. Ze vindt het te zwaar voor deze groep. Ik denk juist dat een gedichtenbundel als dit goed bruikbaar is in de lessen. Niet alleen bij Nederlands, maar ook bij andere vakken.

Van Coillie (2007) geeft aan dat gedichten verschillende functies hebben. Zoals al eerder beschreven kan dit gedichtenbundel gebruikt worden bij bepaalde thema’s. Dit zet leerlingen aan het nadenken over normen en waarden, maar ook over hun eigen identiteit. Zingevende en emotivistische functies sluiten goed aan bij dit gedichtenbundel. 

Bibliografie
Bruin, A. d. (2015). Je bent er geweest. Proost, België: Levendig Uitgever.
Van Coillie, J. (2007). Leesbeesten en boekenfeesten. Leidschendam: Bibilion.

zondag 22 oktober 2017

Reactie op recensie

Reactie op recensie van Femke van Looijen

Door Dave Koster

Femke van Looijen schrijft in haar recensie van ‘Pokerface’ (2012) dat het boek een combinatie is van de zingevende functie en de informatieve functie. Ik ben echter van mening dat het boek ook wel degelijk een emotieve functie heeft. ‘Lezers ervaren emoties doordat ze zich kunnen inleven in het verhaal, kunnen meeleven met de personages of gevoelens ontwikkelen ten opzichte van de personages.’  (Coillie, 2007, 20)

‘God bestaat niet. Er ligt een man naast zijn fiets. Hij moet ergens in de zestig zijn, of ouder. Zijn mond staat wijd open, ogen gesloten, hoof in zijn nek. Achterovergeknakt. Is hij dood?’
(Tegenbosch, 2012, p. 151)
Dit is een voorbeeld van een passage waar ik me erg kon inleven in het verhaal en kon meeleven met Sem. Hij dacht dat hij een man had aangereden en deze gebeurtenis zorgde ervoor dat je emotioneel erg betrokken was bij Sem.

Femke van Looijen geeft aan dat ze het jammer vindt dat het hele boek leest vanuit het perspectief van de hoofdpersoon. Hierdoor weet je bijna niet wat ouders en vrienden denken over hem en zijn leven. Ik ben echter van mening dat dit niet de bedoeling is van de schrijver. Ik denk dat de schrijver wil laten zien wat voor een dillema’s Sem te verwerken krijgt en hoe hij hier mee omgaat. Naar mijn mening is het dan niet heel relevant over wat zijn ouders en vrienden hier over denken. Ik denk dat de schrijver met dit boek vooral een aantal morele dillema’s wil neerzetten. Rijd je door naar een ongeluk of niet? Doe je alles om te slagen bij ijshockey? Wat doe je als je schulden hebt, vertel je je omgeving hierover?
Femke van Looijen spreekt van een boek waarin je meteen inzit, waarin thema’s verwerkt zitten die jongeren aanspreken. Met deze woorden ben ik het zeker eens. Ik wilde weten hoe het boek afliep. Het verhaal is praktisch en heeft een emotivistische functie. Het boek leest heel makkelijk en erg aangrijpend. Er zijn verschillende scenes in het verhaal die erg aangrijpend zijn. Een voorbeeld hiervan: ‘Het kan niet. Het is niet waar. Misschien heb ik het verkeerd begrepen. Die vijf woorden blijven zich herhalen in mijn hoofd, totdat die zin het enige is wat overblijft. Ik ben leeg.’ (Tegenbosch, 2012, p. 240)

Geschikt voor de doelgroep?

 Net als Femke van Looijen ben ik van mening dat boek geschikt is voor jongeren vanaf ongeveer 15 jaar. In het boek komen verschillende thema’s aan bod die deze jongeren ook zullen herkennen en misschien wel zullen ondervinden. Drugs, schulden en kiezen voor je ‘echte’ vrienden of ‘foute’ vrienden.  

Literatuur of lectuur?

 Ik vind het lastig om dit boek te plaatsen in het genre van literatuur of lectuur. Het verhaal is diepgaand maar om het nou tot literatuur te betitelen is misschien wat veel gevraagd. Femke van Looijen spreekt van een realistisch verhaal. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. In het verhaal komt Sem in aanraking met poker en pokert hij een grote schuld bij elkaar. Dit vind ik niet echt realistisch omdat hij nog helemaal geen poker ervaring heeft. Ook rijdt hij in een auto geruime tijd over de snelweg en krijgt hij bijna een ongeluk. Iets wat ik merkwaardig vind, omdat hij pas 16 jaar is en nauwelijks rijervaring heeft.


Genre boek

 Het boek valt onder het genre spanning. ‘Spanning heeft in de eerste plaats te maken met vragen die de lezer (en/of het personage) wil oplossen, vragen die opgeroepen worden door wat onbekend of ongewoon is.’ (Coillie, 2007, p. 144) Dit speelt zich al af in het eerste hoofdstuk van het boek. Hierin wordt een latere gebeurtenis beschreven en weet je de context van de gebeurtenis nog niet. Je vraagt je af hoe het zo ver heeft moeten komen en waarom de hoofdpersoon ervoor kiest om bepaalde beslissingen te nemen.

Bronnen:

Tegenbosch, B., (2012), Pokerface. Houten, Het Spectrum.
Coillie, J. van (2007), Leesbeesten en boekenfeesten. Leidschendam, Biblion.


vrijdag 20 oktober 2017

Reactie op recensie

Reactie op recensie van Iris Pennings door Dave Koster

Iris Pennings schrijft in haar recensie van ‘Doe maar dicht maar’ (2006) dat je als lezer mee wordt genomen in de gedachten en emoties van de dichter en dat je goed voelt wat zij voelen. Tevens geeft zij aan dat ze meerdere gedichten aangrijpend en ontroerend vindt. Een voorbeeld van een gedicht waarbij je de gedachten en emoties van de dichter goed voelt is het volgende gedicht:

‘Zie haar zitten
Eenzaam en alleen
Gevangen in ketens
Ketens van haar eigen angst

Zo grijpbaar
Bijna tastbaar
En altijd aanwezig
Overal

Zie haar zitten
Voor zich uit te staren
Denkend aan alles wat verloren is
En nooit weer terug zal keren

Al dat verdriet
En die pijn van lang geleden
Maar nog altijd aanwezig
Overal

Diep in het hart
In deze dag
Een dag als alle andere
Er valt niks te herdenken

Want, diep in haar hart
Zijn al die jaren niet verstreken
En duurt de oorlog voort
Voor altijd’
(Auteur onbekend, 2006, p. 138)

Dit gedicht geeft de emoties en gedachten van de dichter uitstekend weer. Het geeft naar mijn mening heel erg het gevoel van de oorlog weer. Het meisje in het gedicht leeft vandaag de dag nog steeds het leven van in de oorlog. Dit gedicht is erg aangrijpend en zet aan het denken. Dit komt vooral door de laatste alinea’s. Hierin besef je dat de hoofdpersoon nog steeds alle pijn uit de oorlog met haar meebrengt.

Een aspect waar Iris Pennings het in haar recensie niet over heeft, maar wat ik zeker wil benoemen is dat in de dichtbundel prachtige illustraties staan die verschillende gedichten zeker verrijken. Neem bijvoorbeeld het volgende gedicht: ‘Ik zie een boom, dat is best gewoon. Ik volg de takken met mijn ogen. Nu ben ik boven. Nu via de schors naar beneden, naar de grond en het gras. Nu nog verder naar beneden waar meer dan een wortel was.’ (Auteur onbekend, 2006 p. 15) De letters staan in de vorm van een boom. Dit vind ik goed bedacht en tegelijkertijd ook zeer doordracht van de schrijver.
Geschikt voor de doelgroep?

Net als Iris Pennings ben ik van mening dat deze bundel geschikt is voor jongeren vanaf 12 jaar. Maar ook zeker voor volwassenen. Sommige gedichten zijn geschreven door kinderen, maar zouden net zo goed door een volwassene geschreven kunnen worden. Gedichten kunnen kort en krachtig doen nadenken over normen en waarden, mistoestanden aanklagen of aan het filosoferen zetten. (Van Coillie, p. 323, 2007) Neem het volgende gedicht: ‘Reis in de tijd. Rustig glijd ik voort op de golven van de tijd. Onder de straalblauwe hemel waarin de wind mij begeleidt. In de verte raakt de lucht het water. De zon gaat onder, kleuren vervagen, het wordt later en later. Het licht van de maan verdrijft de stralen van de zon. Ik keer nu terug naar waar mijn reis in het verleden begon.’ Dit gedicht zet je aan het filosoferen en is dus erg geschikt voor (jong)volwassenen.

Literatuur of lectuur?

Volgens mij is het niet heel verrassend dat ik deze dichtbundel indeel in het genre literatuur. De gedichten zijn van een hoog niveau en vooral de gedichten over 4 mei zijn voor mij hoogstaand en indrukwekkend. De gedichten bestaan uit meerdere lagen en zetten je aan het denken. Neem het voorbeeld hierboven over de reis in de tijd. Dit gedicht kun je op verschillende manieren interpreteren. Dit gedicht laat je nadenken over wat de schrijver met dit gedicht zou bedoelen.

Functie van de bundel?

Van Coillie (2007) spreekt dat gedichten meerdere functies kunnen hebben. Voor mij heeft deze bundel een functie van nadenken over normen en waarden. Verder vind ik veel gedichten ook diepgaand, daardoor zou je kunnen zeggen dat de bundel ene zingevende functie heeft. Verder staan er emotionele gedichten in, de bundel heeft dus ook een emotivistische functie.

Bronnen:
Auteur onbekend, (2006), Doe maar dicht maar. Groningen: Xeno, cop.
Coillie, J. van (2007), Leesbeesten en boekenfeesten. Leidschendam, Biblion.

Reactie op recensie De belofte van Pisa door Tamara Severin-Wijnstekers


Reactie op recensie 'De belofte van Pisa' (geschreven door Irene Wolf)
door Tamara Severin-Wijnstekers


Reactie op standpunt van Irene Wolf
Irene Wolf schrijft in haar recensie van ‘De belofte van Pisa’ (2013) dat het een mooi realistisch verhaal is, maar niet echt verrassend. Zij geeft aan dat het een algemeen gegeven is dat veel Marokkaanse jongeren het niet gemakkelijk hebben en op moeten boksen tegen het slechte imago. Ook geeft ze aan dat ze de schrijfstijl van de auteur gewaagd vindt. Echter geeft ze ook aan dat ze vermoedt dat de huidige jongeren deze schrijfstijl niet bezwaarlijk vinden en deze vrije schrijfwijze ze juist zal aanspreken.
Ik vond het leuk om door het verhaal meegenomen te worden in een andere cultuur en te lezen over een Marokkaanse jongen die voortdurend op zoek is naar zijn plek in de maatschappij. ‘Toen Ys begon over dat hij de vlag en rugtas meteen zou uithangen als hij thuiskwam, werd ik eventjes stil. Zijn opmerking zaaide een zenuwachtig gevoel in mij. Ik stond voor een dilemma. Welke vlag zou ik aan de mast hangen?’ (Bouzamour, 2013, p. 245). Ik ben het met Irene Wolf eens als zij het heeft over een mooi realistisch verhaal. Echter is het inderdaad een algemeen gegeven dat Marokkaanse jongeren op moeten boksen tegen een slecht imago, maar ik was in het verhaal teleurgesteld dat dit vooroordeel min of meer wordt bevestigd in het verhaal. Wat dat betreft vond ik het dus wel verrassend. Sam is een jongen die niet op zijn achterhoofd is gevallen (hij haalt uiteindelijk zijn VWO-diploma), die te maken heeft met het leven tussen twee culturen, maar die ook behoorlijk wat agressie in zich heeft en hiermee vaak over de schreef gaat. ‘Ik haalde ongenadig hard uit. De ene ram na de andere, als een heimachine die palen in de grond slaat. Kaboewwm. Kaboewwm. Kaboewwm. De stoten werden zwakker en natter. Zijn gezicht was bedolven onder het bloed, alsof hij met zijn hoofd in een pot rode verf was gevallen.’ (Bouzamour, 2013, p. 255). Ik ben het ook met Irene Wolf eens wat betreft de schrijfstijl van de auteur. Door het gebruik van metaforen en de beeldende beschrijvingen, gaat hij erg ver, vind ik. Dit is vooral terug te zien zijn de verschillende seksuele momenten die beschreven worden in het boek. ‘Haar kut kwijlde als een babymond. Gulzig likkend en slurpend alsof ik een verschoppeling was die de woestijn was ingejaagd, dagenlang dorstig rondzwierf, vechtend tegen een onverbiddelijke zon maar eindelijk een oase tegenkwam waaruit ik drinken kon.’ (Bouzamour, 2013, p. 207). 


Geschikt voor de doelgroep?
Volgens Lezen voor DE LIJST. (z.d.) is ‘De belofte van Pisa’ een young adult boek (15-19 jaar). Volgens de theorie van Coillie (2007, p. 75) bevatten boeken voor 15+ onder andere een hoofdfiguur die zestien tot twintig jaar is, wordt seksualiteit intenser en duiken vraagstukken op die sociale verhoudingen als recht/onrecht, armoede/rijkdom, rassendiscriminatie ter discussie stellen. 
Al deze aspecten zijn terug te vinden in dit boek. Sam is 19 jaar en zit daarmee midden in de young adult leeftijdscategorie. Seksualiteit speelt continu een grote en belangrijke rol in het verhaal. Het onderwerp masturbatie wordt regelmatig aangehaald en hij houdt er op een gegeven moment een relatie met twee meisjes op na, waar hij uiteindelijk ook tegelijk mee in bed beland. ‘Vier lippen, vier handen en twintig vingers waren mijn lichaam aan het bevoelen, klappen, kussen en krassen. Ze gebruikten mijn wasbord als krabpaal. Onze lichamen raakten in elkaar verstrengeld als gevlochten meisjesharen.’ (Bouzamour, 2013, p. 240). Verschillende vraagstukken duiken voortdurend op. Het verschil tussen rijkdom en armoede komt bijvoorbeeld goed naar voren in de relatie tussen Evelien en Sam. ‘Bij binnenkomst had de barman gezegd dat ik vijftig cent voor het toilet moest betalen. Ik antwoord dat ik kwam eten, met Evelien en haar ouders. Hij had ongegeneerd naar mijn outfit gestaard: witte teenslippers, roze hawaiizwembroek en een blauw Superman-T-shirt dat een beetje aan het verkleuren was.’ (Bouzamour, 2013, p. 130). 

Lectuur of literatuur?
‘De belofte van Pisa’ vind ik een bijzonder boek. Het zal een boek zijn, waar veel over gepraat wordt. Het is een verhaal dat niet al vaak zo geschreven is. Het geeft een kijkje in het leven van een jonge volwassenen die zich moet weten te redden tussen twee verschillende culturen. Het verhaal neemt je mee in de ontwikkeling van de persoon Sam en is erg gericht op introspectie. Je krijgt mee waar hij over nadenkt en hoe hij zich verder ontwikkelt. Met de manier van schrijven, doorbreekt Bouzamour zeker een bepaald taboe. Ook is het verhaal niet chronologische geschreven, maar heeft het een complexere opbouw. Naar mijn idee dus zeker een boek dat valt onder literatuur. 

Welke functie heeft dit boek?
Zoals al eerder aangegeven komen er verschillende thema’s aan bod in het verhaal. Dat maakt ook dat er aan het verhaal verschillende functies (Coillie, 2007) kunnen worden toegekend. Allereerst heb ik het boek vooral gelezen om eens een ander soort verhaal te willen lezen en lekker te kunnen ontspannen. Het boek heeft dus in ieder geval een ontspannende functie. Doordat je in het verhaal wordt meegenomen in het leven van Sam en de dilemma’s die hij als kind van een traditioneel Marokkaans gezin in de Nederlandse cultuur, tegenkomt, heeft het boek ook een zingevende en emotivistisch functie. 
Tenslotte vind ik er ook wat voor te zeggen dat het boek een esthetische functie heeft. Los van het verhaal, kijkend naar de schrijfstijl van de auteur, valt mij op dat er heel beeldend geschreven wordt. Niet alleen door het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden, maar vooral door het gebruik van veel beeldspraak. Soms wordt er ook een dialoog of een beschrijving van een gebeurtenis gegeven, dat zo geschreven is dat het bijna een klein, kort gedichtje lijkt, middenin het boek.

Mijn broer knikte terug.
Ik vroeg: ‘Ken je ‘m?’
Hij keek mij aan.
‘Vage kennis.’
We lachten.
Groen licht.
Plankgas. 
(Bouzamour, 2013, p. 198).
Bronnen:

Reactie op recensie Doe maar dicht maar door Tamara Severin-Wijnstekers


Reactie op recensie 'Doe maar, dicht maar' (geschreven door Iris Pennings)
Door Tamara Severin-Wijnstekers

Reactie op standpunt van Iris Pennings
Iris Pennings schrijft in haar recensie van 'Doe maar dicht maar’ (2006) dat de dichters van deze bundel een diepere betekenis geven aan hun eigen gevoelens en dat door de poëtische vorm die zij kiezen emoties krachtig naar voren komen. Ook stelt Iris Pennings dat je als lezer zou worden meegenomen in de gedachten en emoties van de dichters en dat je goed kunt voelen wat zij voelen. 
Met dit uitgangspunt kan ik het alleen maar eens zijn. Een gedicht dat mij erg raakte en waar het gevoel van de dichter duidelijk in te voelen is, is het gedicht 'Was ik maar'. “Was ik maar thuis gebleven, En had ik maar mijn mail gecheckt, We zouden naar de film gaan, Maar dat kan nu niet meer, Ze had geschreven ik ben ziek ik kan niet komen, Maar ik had het niet gezien, net als die auto, Boem! Nou ben ik er niet meer. Was ik nou maar thuis gebleven en had ik nou maar mijn mail gecheckt.” (Auteur onbekend, 2006, p. 38). Dit gedicht geeft, zonder het exact onder woorden te brengen, emoties krachtig weer. Het beschrijft een gebeurtenis die écht gebeurd kan zijn, geschreven vanuit het perspectief van de persoon die er niet meer is. Doordat de eerste twee zinnen aan het eind nog eens herhaald worden, wordt het gedicht nog krachtiger en raakt het mij. Een gedicht waarin er een diepere betekenis wordt gegeven aan gevoelens vind ik het gedicht: “Ik begin mijn dag weer, een gemis. Vol met dingen die gebeuren, te veel. Laat mij mijn dag maar dromen, dan wordt alles. Wat half is, heel.” (Auteur onbekend, 2006, p. 113). Ik vind het lastig om dit gedicht te interpreteren, maar toch krijg ik hierbij een bepaald gevoel. Dit gedicht heeft een diepere betekenis en zou, naar mijn mening, zomaar ‘per ongeluk’ literatuur kunnen zijn. 

Een aspect dat Iris Pennings niet noemt, maar wat ik wel even wil benoemen, is dat er naast serieuze, zware gedichten waarin emoties en gevoelens onder woorden gebracht worden, ook erg grappige gedichten in de bundel staan. “Wat de hemel is voor gelovigen, is mijn kamer voor mij. Maar wat mijn kamer is voor mij, is de hel voor mensen die van opgeruimde kamers houden.” (Auteur onbekend, 2006, p. 48). Een vrij simpel gedichtje, waar er bij mij toch een stiekeme glimlach verschijnt. Evenals het gedicht ‘Herfst’ wat heel serieus begint en uiteindelijk eindigt met een grappige metafoor. “Bomen verliezen hun bladeren. Deze kleuren van groen naar bruin. Gelukkig is mijn vader, nu niet de enige met een kale kruin.” (Auteur onbekend, 2006, p. 67).

Geschikt voor de doelgroep?
Net als Iris Pennings ben ik van mening dat deze bundel geschikt is voor lezers van 12 jaar of ouder. Tussen 12 en 18 jaar is de belangrijkste opgave voor de adolescent het zoeken naar een eigen identiteit. Poëzie waarbij de hoofdpersoon op zoek is naar zijn eigen identiteit, zal hen daarom aanspreken (Coillie 2007). Binnen deze poëzie zullen zij veel van hun eigen twijfels, wensen en emoties herkennen. Vanaf 15 jaar zijn het vooral de gevoelens die op de voorgrond treden en die een verhaal interessant maken. Seksualiteit, maar ook problemen met morele implicaties of abstracte thema’s zoals schuldgevoel of geloofstwijfel spelen een rol in literatuur die jongeren vanaf 15 jaar interessant vinden (Coillie, 2007). Ik zou het boek onderverdelen bij leesniveau 2, omdat het vooral gaat over voor jongeren herkenbare onderwerpen en personages. 

Lectuur of literatuur?
De gedichten in deze bundel zijn van hoog niveau en geselecteerd uit verschillende inzendingen. Ik vind dat deze bundel valt onder literatuur. De gedichten in de bundel hebben een complexe opbouw, bestaan uit meerdere lagen die door een ieder op een andere manier geïnterpreteerd kunnen worden, ze laten je nadenken, zijn diepgaand en leggen duidelijk de nadruk op introspectie. Een mooi voorbeeld hiervan vind ik het gedicht ‘Het kleine appelboompje’. “Het kleine appelboompje was helemaal alleen. Het had geen andere boompjes of struikjes om zich heen. Het kleine appelboompje stond er zielig bij, want van ieder die voorbij kwam was er niemand die wat zei. Het kleine appelboompje wou verhuizen naar het bos, maar het had een klein probleempje, zijn worteltjes wilden niet los.” Dit lijkt een ‘simpel’ gedicht over een appelboompje, maar ik lees hier een diepere betekenis in. Het laat me na denken over wat de schrijfster met het gedicht zou kunnen bedoelen. Ik maak eruit op dat het gaat over een persoon die niet gelukkig is en zich eenzaam voelt op de plek waar hij nu woont. Echter is verhuizen naar de stad ook geen optie, omdat iets (zijn worteltjes) hem op de oude plek houdt. 

Welke functie heeft deze poëziebundel?
Doordat de thema’s van de gedichten van deze bundel zo uiteen lopen, zijn er ook verschillende functies (Coillie, 2007) terug te vinden in deze bundel. Allereerst is het een lekker boekje om te lezen, dus heeft de bundel een ontspannende functie. Als je het boekje leest omdat je geïnteresseerd bent in hoe gedichten zijn opgebouwd en oog hebt voor de opbouw van de gedichten, zou de bundel voor de lezer ook een esthetische functie kunnen hebben. Doordat veel gedichten ook een diepergaande betekenis hebben, vind ik de bundel ook zingevend. Ook de emotieve functie is terug te vinden in deze bundel, door de gevoelens en emoties die er in beschreven worden. 

Bronnen:

  • Auteur onbekend, (2006), Doe maar dicht maar. Groningen: Xeno, cop.
  • Coillie, J. van (2007), Leesbeesten en boekenfeesten. Leidschendam, Biblion.