zondag 24 september 2017

Verwerkingsopdracht behorend bij het boek Littekens, door Ilse van Gasteren

Zakelijke gegevens

Titel: Littekens 
Schrijver: Anke de Vries
Eerste druk: 2016
Doelgroep boek: 12 tot 15 jaar  
Verwerkingsopdracht: 37 Mindmap 

Beoordeling boek, met toelichting

Wat begint als een roman, gaat al snel over in een spannende thriller met politieverhoren en een heuse zoektocht naar de dader. Iets wat voor mij als een verrassing kwam.


Echter heeft het boek mij voor het grootste gedeelte teleurgesteld. Het thrillergedeelte is ietwat ongeloofwaardig. Ook heb ik de vele perspectiefwisselingen als onnodig ervaren en op sommige punten zijn ze zelfs verwarrend voor de lezer. Dit neemt niet weg dat het verhaal van Paul en Clara zelf wel mooi is omschreven. 

Beoordeling verwerkingsopdracht, met toelichting en aandacht voor de bruikbaarheid in het onderwijs

Ik vind dat de literaire mindmap goed past in de praktijk. De volgende zaken vallen positief op aan deze opdracht:
·        De mindmap biedt een overzicht van een boek dat je in een oogopslag tot je kunt nemen.
·        De mindmap heeft een heldere structuur. 
·        Een mindmap spreekt verschillende leer- en verwerkingsstijlen aan. 
·        Leerlingen worden gedwongen om specifiek te zijn en om zich tot hoofdzaken te richten. 
·        Een mindmap laten maken is gemakkelijk te organiseren binnen één of twee lessen. 

Het nadeel aan de opdracht zoals deze is gegeven, vind ik de programma’s die je moet gebruiken. Om meer te kunnen differentiëren vind ik dat je leerlingen vrij moet laten of ze dit via een computerprogramma maken of op papier. Op deze manier spreek je meerdere intelligenties van kinderen aan.



RECENSIE COCKTAILS & KETCHUP, door Ilse van Gasteren


Schrijver:                          M. Stoffels
Uitgever:                          Leopold
Jaar van uitgave:            2006
Pagina's:                           141
Leeftijd:                            13+

Er komt een nieuw meisje bij Sofie in de klas: Lewi. Aanvankelijk vinden Sofie en haar vriendinnen Lewi niet erg aardig, maar langzaamaan krijgt Sofie steeds meer bewondering voor haar. Ze zingt in een band, durft alles en heeft altijd wilde plannen. Vergeleken met haar zijn Sofies andere vriendinnen nogal suf. Hoe meer Sofie met Lewi optrekt, hoe meer ze verandert en van haar vriendinnen - en zichzelf - verwijderd raakt. Als Bella, Roosmarijn en zelfs hartsvriendin Floor zich één voor één tegen haar keren – is Sofie ten einde raad.

Opnieuw beschrijft Maren Stoffels maatschappelijke problemen waarin veel tieners zich zullen herkennen: Onzekerheid, vertrouwen binnen een vriendschap en verdriet staan centraal in het derde (en laatste) deel van de Dreadlocks & Lippenstift-trilogie. De personages uit de eerste twee delen zijn allemaal present, maar door de overheersende verhaallijn over Lewi staan zij wat meer op de achtergrond. 

De kracht van dit boek ligt in de geloofwaardigheid van de personages. De gedragingen van de personages passen bij hun leeftijd. Sofie is daar een goed voorbeeld van. Haar gedragingen en uitspraken zijn een goed voorbeeld van hoe tieners in hun leven staan. De puberproblematiek van Sofie wordt voelbaar gemaakt door Stoffels. Sofie is helemaal weg van haar nieuwe, stoere vriendin Lewi. Zij durft zich af te zetten tegen de docenten op school, haar ouders en heeft een vriendje. Dit is iets wat Sofie ook wil. Op een gegeven moment raakt Sofie al haar vriendinnen kwijt, omdat Sofie alleen nog maar met Lewi omgaat. ‘Ik vraag je nog één keer: waar is Roosmarijn?’ ‘Weet ik het?’ ‘Jullie zijn vriendinnen!’ ‘Niet meer,’ lach ik. Bella geeft mij een duw. ‘Word eens wakker, man. Wat ben jij voor een lomp figuur. Het enige wat jou nog kan schelen is Lewi, Lewi en nog eens Lewi. ‘Nou én?’ ‘Je laat Roos vallen.’ O, nu is het allemaal mijn schuld. ‘Pardon?’ zeg ik. ‘Ik ben naar haar toegegaan, maar ze wilde me niet zien’. Ik ben stil. Bella’s woorden doen mij pijn. (p.50). Dit probleem: het vertrouwen binnen een vriendschap wordt geloofwaardig neergezet door Stoffels. Veel jongeren kampen met dit probleem. Ze kunnen zich dus goed inleven in de hoofdpersoon.

Daarnaast worden er ook nog andere maatschappelijke problemen op een mooie wijze neergezet in het boek. Zo kampt Floor met anorexia en is Roosmarijn lesbisch. Dit zijn problemen waar meer tieners tegen aan lopen. Tijdens de adolescentiefase krijgen jongeren namelijk te maken met een identiteitscrisis. Hierbij ontstaat verwarring over wie je bent en wat je belangrijk vindt. Identiteitsverwarring ontstaat vaak bij adolescenten die overspoeld worden door ingrijpende ervaringen op meerdere gebieden, bijvoorbeeld vriendschap, seksualiteit, de relatie met ouders, studie- of beroepskeuze en concurrentie met anderen. Deze identiteitsontwikkeling maken de personages in het boek dus ook mee. 

Cocktails & Ketchup is een fijn geschreven jeugdroman. Het verhaal sluit erg goed aan bij de doelgroep. Ondanks dat het verhaal erg clichématig is, zullen veel tieners zich kunnen identificeren met de hoofdpersonen. 

Bronnen
  • Coillie, J. van. (2007). Leesbeesten en boekenfeesten; Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken? Leidschendam: Uitgeverij Biblion.
  • Stienen, M. (2013-2014) Reader Poëzieanalyse en didactiek. Readernummer 148. HAN-ILS Nijmegen.
  • Stoffels, M. (2006). Cocktails & ketchup. Amsterdam: Leopold.










zaterdag 23 september 2017

VERWERKINGSOPDRACHT nr. 39 Hommeles_Sally


HOMMELES, SALLY
VERWERKINGSOPDRACHT NR. 39

FILM
Titel:                                                         Oorlogswinter
Regisseur:                                                 Martin Koolhoven
Verschijningsdatum:                                 27 november 2008
Titel van het boek dat verfilmd is:            Oorlogswinter
Auteur:                                                      Jan Terlouw
Verwerkingsopdracht:                               Verfilmd boek met de film vergelijken nr. 39
Doelgroep film:                                         12 +

BOEK 
Titel:                                                         Oorlogswinter
Auteur:                                                     Jan Terlouw
Verschijningsdatum:                                1972
Verwerkingsopdracht:                              Verfilmd boek met de film vergelijken nr. 39
Doelgroep boek:                                       13 - 15 jaar.          
   

Argumentatie geschiktheid doelgroep (boek en film):
Het is opvallend dat in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw  veel werd geschreven over de Tweede Wereldoorlog. Dit waren auteurs die dit zelf hadden meegemaakt. Deze verhalen zijn spannend, maar met een boodschap (Coeillie, 2002, p.148).
Daarnaast het boek humor wat ook voor vrolijkheid in het verhaal zorgt.
Oorlogswinter eindigt met de volgende dialoog:
‘Nee, zegt Michiel,  ‘het heeft geen zin. Eén ding heeft maar zin.’         
‘Wat dan?’
‘Nooit meer in een oorlog vechten, alleen nog tegen oorlog.’
‘Zo is het,’ zegt Dirk.

De auteur geeft hier eigenlijk de boodschap ‘Dat nooit meer’ (Coeillie, 2002, p.148)
Om die reden vind ik het interessant verhaal voor de jeugd, maar eerlijk gezegd ook om zelf te lezen. In het boek gaat het zowel om jonge personen als om volwassenen, maar de hoofdpersoon wordt vertolkt door een jongen van 14 jaar. Het gaat over vriendschap en vertrouwen. Thema’s waar zowel de jeugd als de volwassene mee te maken hebben.
Het boek heeft heftige passages wat maakt dat het niet geschikt is voor lezers onder 12 jaar.
Het is een oorlogsverhaal wat zich afspeelt in Nederland en Nederlandse gebruiken beschrijft, wat het gemakkelijker maakt voor de jonge lezer om het begrijpen en te volgen.
In de film wordt het verhaal door de muziek en doordat je de beelden ziet nog heftiger. Persoonlijk zou ik de film pas tonen aan kinderen vanaf 14 jaar. 

Samenvatting
Het verhaal gaat over Michiel en speelt zich af tijdens de hongerwinter van 1944/45. Hij is de zoon van een burgemeester diens dorp is bezet door de Duitsers. Op een dag wordt een van zijn vrienden (Dirk) gevangengenomen, hij verzorgde een Engelse piloot. Michiel moet daarom in Dirks plaats de Engelse piloot verzorgen met hulp van zijn zus, hierdoor raakt hij in het verzet. Als hij is verzorgd lukt het hem te helpen met ontsnappen. Ternauwernood overigens, de oom van Michiel, ook wonende in het huis, blijkt een verrader te zijn waardoor het bijna was misgelopen. Michiel komt hier pas laat achter, maar is hier zo woest over dat hij hem doodschiet. Dirk komt uiteindelijk ook vrij.


Beoordeling verwerkingsopdracht:
Een interessante opdracht waarvoor je echt in het verhaal en de film moet duiken. Het is hiervoor belangrijk dat de leerling weet waar hij/zij op moet letten bij het lezen/kijken, en de leerling moet in staat zijn hoofd- en bijzaken te kunnen onderscheiden en deze door middel van steekwoorden te kunnen opschrijven. Dit vergt tijd, concentratie en enige kennis. Dit zou een opdracht voor de bovenbouw kunnen zijn. Het lijkt me vooral interessant om naderhand met leerlingen een gesprek te voeren over de verschillen tussen film en boek en waarom deze keuzes gemaakt zouden kunnen zijn.

vrijdag 22 september 2017


Recensie Oorlog in de klas, door Merel Nijenhuis  
Titel: Oorlog in de klas 
Plaats van uitgave: Amsterdam
Uitgeverij: Uitgeverij Leopold

Auteur: Theo Engelen
Jaar van uitgave: 2010


Samenvatting
Lex’ vader is lid van de NSB, een Nederlandse politieke beweging die met de nazi`s sympathiseerde en waarvan de leden grote bewondering koesterden voor Adolf Hitler. Lex is heimelijk verliefd op Roos, zijn Joodse klasgenootje, en eist van zijn vader dat hij haar met rust laat. Als zij toch naar een kamp wordt getransporteerd, en zijn vader de SS`ers niet tegenhoudt, is Lex woedend en wanhopig. Hoe kan hij haar helpen, als hij zelfs zijn eigen vader niet kan vertrouwen?

De context
Oorlog in de klas is een historisch boek. Het speelt zich af in Vught en gaat over de vrienden Lex, Peter, Simon en Roos. Het verhaal beschrijft de levens van deze jongeren in de periode van augustus 1939 tot en met oktober 1944, en een korte epiloog ‘na de oorlog’. De gebeurtenissen in dit boek staan zeer dichtbij de werkelijkheid. Het boek volgt de tijdlijn van de tweede wereldoorlog met daarbij de maatregelen tegen het Joodse volk. Engelen beschrijft de komst van het concentratiekamp in Vught en de gevolgen die dit heeft voor, met name de Joodse, bevolking. Ook beschrijft hij het leven van de gevangen in dit kamp en de transporten die van en naar kamp Vught plaats vonden. 
Iedere (oorlog)periode begint met een primaire bron, denk aan een krantenbericht, een proclamatie of een speech, geschreven door de RIVD, enz.:
’24 september 1942.
Rauter, Hoofdcommissaris voor de veiligheid in het bezette Nederland aan SS-leider Himmler:

Reichsführer!

Ik breng u bij deze een tussenrapport uit over het opruimen van de Joden. Tot nu toe hebben wij, samen met de als strafmaatregel naar Mauthausen gestuurden, de afvoer van 20.000 Joden naar Auschwitz in gang gezet. In heel Holland komen 120.000 Joden voor afvoer in aanmerking. Daarin zijn ook de ‘mengjoden’ opgenomen die vooralsnog hier mogen blijven.’’ (Engelen, 2010. p. 56).
De hoofdpersonen krijgen stuk voor stuk met deze aankondigingen van doen
Zo groeit Lex op in een huis waar zijn ouders aanhangers zijn van de Nationaalsocialistische Beweging, de NSB. Spelen Peters ouders een rol in het verzet en hebben Simon en Roos, broer en zus, een joodse moeder. Voor allen hebben deze boven genoemde gebeurtenissen verschillende uitwerkingen. De verhaallijnen komen goed samen en iedere verhaallijn zou werkelijk gebeurd kunnen zijn. Zo blijkt ook uit de epiloog waarin Lex een oude man is en nog altijd terug denkt aan de oorlog.

Waarde oordeel 
Het thema van het boek is duidelijk: de tweede Wereldoorlog met speciale aandacht voor discriminatie. Daarnaast zijn er enkele sub thema’s zoals avontuur en verliefdheid. Het verhaal wordt vertelt vanuit het perspectief van Lex. Gedurende de oorlog worden Lex en Roos verliefd op elkaar, dit spreken ze echter niet naar elkaar uit. De moeder van Lex verbied hemzelfs om met Roos en Simon om te gaan. De schrijver besteed daarnaast aandacht aan het feit dat de scheidslijn tussen goed en kwaad niet altijd duidelijk is. Lex, die van zijn ouders houdt, komt er toch achter dat hij niet kan leven met de foute beslissingen die zij nemen. Ook ontmoet de groep een Duitse soldaat die toch ook maar gewoon een jongen blijkt te zijn.

Het boek speelt zich af in een andere tijd en toch is het de schrijver gelukt om de jongeren van nu aan de jongeren van toen te binden. Want hoewel Lex en zijn vrienden nog op aparte jongens- en meisjesscholen zitten en Lex` volwassenen altijd met ‘u’ aan moet spreken, kan de lezer zich goed met hem identificeren. Lex gaat naar school (waar hij bijvoorbeeld woordjes Frans moet leren), is verliefd en gaat het liefst met zijn vrienden op pad. Als lezer kennen wij Lex zijn gevoelens  en maken we de oorlog vanuit zijn beleving mee. Door in de huid van deze jonge hoofdpersoon te kruipen, voelt de lezer zich sterker betrokken bij wat mensen in oorlogssituaties meemaakten. In de meeste hedendaagse oorlogsverslagen voor de jeugd ligt het accent niet op spannende avonturen, maar op de innerlijke spanning van de personages die volgt uit de ingrijpende veranderingen die een oorlog met zich mee brengt (Coillie, van, J. 2007). Telkens als er een aankondiging door de Duitsers wordt gedaan d.m.v. een proclamatie of een krantenbericht, leest de lezer hoe dit van invloed is op de gevoelens en het leven van Lex. Roos, zijn vriendin, wordt steeds meer in haar vrijheid beperkt. Door de maatregelen tegen Joden mag zij niet meer naar school en wordt ze verplicht een Jodenster te dragen. Uiteindelijk wordt Roos zelfs opgepakt en naar het kamp over gebracht. Lex probeert tevergeefs contact met haar te houden en blijft hopen dat hij haar weer zal zien. Op het einde zijn er ook de uit het kamp gesmokkelde dagboekteksten, van Roos aan Lex. Uit deze teksten blijkt dat de twee eigenlijk al jaren heimelijk verliefd op elkaar zijn, iets wat ze nooit naar elkaar hebben uitgesproken. Deze dagboek fragmenten zorgen er voor dat het verhaal meer geloofwaardig wordt maar ook dat het verhaal meer emotionelere waarde krijgt.
De doelgroep
'Oorlog in de klas' is een boek voor 12+ en uitermate goed te lezen in de brugklas. 
De hoofdfiguur, Lex, is een typische adolescent: we lezehoe hij om gaat met zijn gevoelens (Coillie, van, J. 2007) voor Roos en tegen over zijn ouders. Vrienden en vriendinnen spelen ook een belangrijke rolHet boek kan men indelen in thema's als avontuur en liefde en spreekt daarmee jongens en meisjes aan (Coillie, van, J. 2007).

Conclusie
Het boek neemt je vanaf het begin in zijn greep. Dat mag ook wel aangezien het boek slechts 122 bladzijden telt. Dit maakt dat ‘Oorlog in de klas’ vlot leest. Voor kinderen die weinig gemotiveerd zijn om te lezen is het boek laagdrempelig en naar mijn mening een goed begin. Theo Engelen heeft een mooi, realistisch en origineel verhaal neergezet binnen een thema waar al zeer veel over is geschreven. Toch verveelt dit thema, onder jongeren, niet. Omdat het verhaal verteld wordt vanuit het perspectief van een leeftijdsgenoot en vanwege de correctheid van historische gebeurtenissen en plaatsen maakt ‘Oorlog in de klas’ een realistisch en interessant boek.

Bronnen
Van Coillie, J., Leesbeesten en boekenfeesten. Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken?, Davidsfonds Uitgeverij NV, 2007.
- Engelen, T., Oorlog in de klas, Noordhoff Uitgevers BV, 2010.

Recensie 1 - Iris Pennings - Dichtbundel: Doe maar dicht maar






Auteur: onbekend
Jaar van uitgave: 2006
Titel: Doe maar dicht maar
Plaats van uitgave: Groningen
Uitgeverij: Xeno, cop.




Zelfgeschreven poëzie
De poëziebundel Doe maar dicht maar bestaat uit zelfgeschreven gedichten. Gedichten geschreven door jongeren tussen de 12 en 18 jaar oud. Elk jaar sturen duizenden Nederlandse en Vlaamse jongeren hun gedichten naar Doe Maar Dicht Maar. Uit al die stapels heeft de jury de honderd mooiste gedichten geselecteerd, die vind je in deze bundel. Ook de zeven winnaars van de wedstrijd ‘Dichter bij 4 mei’ zijn opgenomen in deze bundel.
Verscheidenheid aan thema's
In deze bundel worden thema’s naar voren gebracht als; verliefdheid, dood, oorlog, familie, vriendschap en eenzaamheid. De dichters geven een diepere betekenis aan hun eigen gevoelens en door de poëtische vorm die zij kiezen komen de emoties krachtig naar voren. Als lezer word je meegenomen in de gedachten en emoties van de dichters en voel je goed wat zij voelen. Wanneer er gekeken wordt naar het literaire werk en de gevoelsmatige uitwerking hiervan, vind ik meerdere gedichten aangrijpend en ontroerend. Een voorbeeld hiervan is; “Ik zie de druppels op mijn autoraam, ze lekken uit en geven lange levensjaren aan. De ene druppel is lang en de andere kort, dan stopt opeens zo’n druppel. Het is net halverwege zijn levensreis. We rijden verder en de druppel spat van mijn autoraam, zo is ze bij ons weggegaan” (Auteur onbekend, 2006, p. 30).
De juiste woordkeus zorgt voor de verbeelding
Coillie (2007) geeft aan dat dichters op een bijzondere manier naar de werkelijkheid kijken. Onopvallende details halen ze naar de voorgrond. Ze verplaatsen de dingen in een ander perspectief, maken het gewone ongewoon en brengen het fantastische en gedroomde dichterbij. De diversiteit in taalgebruik en woordkeuze, geeft een extra dimensie aan de gedichten in deze bundel. Bepaalde emoties worden goed tot verbeelding gebracht en lijken levensecht.  Het taalgebruik en de woordkeuze binnen het gedicht zien vind ik fascinerend en sluit hier mooi op aan. “Ik wil de rode bergen zien, met gloeiende randen, verspreid over het hele dal. Ik wil het heldere water zien, dat glinstert zolang de tijd strekt. Ik wil de horizon, uit mijn leven verwijderen. En verder gaan, dan te kijken is” (Auteur onbekend, 2006, p. 82).  Coillie (2007) geeft aan dat de stijl van de geschreven gedichten laat zien dat de werkelijkheid van verschillende kanten bekeken kan worden. Dat de taal ‘verdicht’ is en dat poëzie ‘uitgepuurde’ taal kan zijn, bijvoorbeeld in het gedicht Kussen. Waarin de stijl van schrijven prachtig naar voren komt en zeer beeldend is beschreven, een prachtig gedicht naar mijn mening. “Kussen, zij kusten en kusten. En alles rondom, dat loste op in een stralende blom. Van goud en briljanten, van zilver en vuur. Zij kusten en kusten, al meer dan een uur” (Auteur onbekend, 2006, p. 51).
Ander beeld van de werkelijkheid
Poëzie heeft verschillende functies. Door de compacte vorm werkt het vaak intenser dan bij verhalen. Het laat ook veel open voor de lezer, zoals Collie (2007) beschrijft. Gevoelsgeladen gedichten confronteren de lezer met zijn diepste zelf. Het laat je met andere ogen kijken naar de werkelijkheid. De dood is een passende thema hierbij. Een thema waar men geen controle over heeft. De gedichten hierover laat de dichter en de lezer confronteren met zijn diepste zelf. En de tijd gaat voorbij laat zien hoe intens dit gevoel beschreven kan worden en laat je als lezer nadenken over ‘de grenzen van het menselijke bestaan’ (Coillie, 2007, p 74).Wat ook een passend kenmerk is van de beoogde doelgroep, namelijk (jong)adolescenten. 
De eenvoud van de gekozen dichtvorm, de structuur en zinsbouw vind ik prachtig. “En de tijd gaat voorbij. Ik zit in de tuin, de merel zingt, de peren zijn rijp en de tijd gaat voorbij. Ik zit aan de vijver, het water kabbelt, de vis blubt en de tijd gaat voorbij. Ik zit in de klas, de leraar zeurt, Nigel kliert en de tijd gaat voorbij. Ik zit in jouw stoel, en ik denk aan jou, en aan die vreselijke dag, dat jij er ineens niet meer was. Ik lig in mijn bed en de tijd gaat voorbij, maar niet in mijn hart: daar staat-ie stil" (Auteur onbekend, 2006, p. 61).
Beoogde doelgroep
De poëziebundel is geschreven door Nederlandse en Vlaamse jongeren tussen de 12 en 18 jaar. De beoogde doelgroep is naar mijn mening heel breed, laten we zeggen voor jong tot oud volwassenen, vanaf 12 jaar en ouder. Deze leeftijdsfase onderscheidt zich, volgens Coillie (2007), doordat (jong)adolescenten voor een belangrijke opgave staan, namelijk de zoektocht naar hun eigen identiteit. De plotselinge, ongecontroleerde, lichamelijke veranderingen brengen veel pubers is evenwicht. De invloed van leeftijdsgenoten is ontzettend sterk, zeker op hun opvattingen en gedrag. Poëzie waarbij de hoofdpersoon op zoek is naar zijn eigen identiteit, spreekt hen daarom aan. Binnen deze poëzie zullen zij veel van hun eigen twijfels, wensen en emoties herkennen.  Het gedicht "Ik en niet haar", laat zien hoe de dichter worstelt met haar eigen innerlijke zoektocht en zich daarbij erg eenzaam kan voelen. "Ze zien haar lopen, ze zien haar stralen, ze zien haar als een vrolijke meid. Ze zien haar maar mij niet. In het echt ben ik geen stralende meid, in het echt heb ik geen stralend hart. Ze denken dat ze mij kennen, ze kennen haar maar niet mij" (Auteur onbekend, 2006, p. 22).
Onderwerpen waarbij een grote rijpheid vragen over problemen met verreikende morele implicaties komen ook binnen deze bundel aan het licht, bijvoorbeeld thema's als oorlog en de dood, zijn voorbeelden die aansluiten bij de interesse van een grotere doelgroep, namelijk ook die van de adolescenten en volwassenen. Het gedicht “Eeuwige twee minuten” (Auteur onbekend, 2006, p. 139) geeft aan dat de doelgroep lezers van dit poëziebundel breed getrokken kan worden.  De lezers worden hier geconfronteerd met de grenzen van het menselijk bestaan (Coillie, 2007, p. 74).
Gedichten mee laten dragen als een brief op ons hart
De combinaties en diversiteit van thema’s in deze bundel vind ik krachtig. De auteurs van deze gedichten zijn er naar mijn mening zeer in geslaagd om hun bedoelingen waar te maken. Het doel van ‘Doe maar, dicht maar’, is jongeren de ruimte te geven creatief om te gaan met taal en om ons, als lezers, de gedichten mee te laten dragen als een brief op ons hart. De dichters doen dit naar mijn mening erg goed, het gevoel wat ze willen laten voelen door de lezers, lukt ze.

Concluderend kan gezegd worden dat 'Doe maar dicht maar' een poëziebundel is voor zowel jongeren als ouderen. Een dichtbundel waarbinnen dichters hun levensgebeurtenissen en gevoelens prachtig verwoorden. Een ieder zal zich kunnen identificeren, door de grote variatie aan gedichten. Het is een compact, klein boekje dat goed leesbaar is. Een échte aanrader dus, voor lezers die houden van veelzijdige poëzie!
Bronnen:
Auteur onbekend, (2006), Doe maar dicht maar. Groningen: Xeno, cop.
Coillie, J. van (2007), Leesbeesten en boekenfeesten. Leidschendam, Biblion.

donderdag 21 september 2017


Recensie: De belofte van Pisa.

Afbeeldingsresultaat voor de belofte van Pisa


Titel: De belofte van Pisa.
Auteur: Mano Bouzamour.  
Uitgever: Uitgeverij Prometheus B.V.
Eerste druk: 2013.






Samenvatting
Het boek gaat over de Marokkaanse Samir (Sam). Hij woont met zijn ouders en broer (zijn naam wordt niet genoemd) in de Amsterdamse Pijp. Zijn ouders zijn analfabete Marokkanen. Sam gaat nu naar het vwo en in ijssalon Pisa belooft Sam aan zijn broer dat hij het vwo gaat afmaken. Kort daarna worden de broer en een vriend (Soesi) opgepakt voor de overval op een geldtransportwagen.  De broer van Sam komt in de gevangenis en Sam moet zich staande zien te houden tussen de rijke kinderen in zijn klas, waarvan de ouders neerkijken op Marokkanen. Sam krijgt ‘vriendinnen’, zijn broer komt weer vrij, hij haalt het diploma en hij neemt afstand van de belofte van Pisa en de traditionele Marokkaanse cultuur.

Mening over het boek.
De titel van het boek is de letterlijke belofte die Sam aan zijn broer doet als ze in ijssalon Pisa zitten. Sam moet zijn broer beloven dat hij het vwo-diploma gaat halen en dit wordt de “Belofte van Pisa” genoemd.
De broer zegt: “Beloof je me dat je verder zult gaan waar ik ben blijven haken? Dat je over een paar jaar het Hervormd Lyceum Zuid uit loopt en dat fucking vwo-diploma in je handen hebt?” (Bouzamour, 2013).De belofte van Pisa is een mooi realistisch verhaal, maar niet echt verrassend. Dat veel Marokkaanse jongeren het niet gemakkelijk hebben en moeten opboksen tegen het slechte imago is een algemeen gegeven. Daarom is het verhaal niet verrassend is voor mij. Wel vind ik de vrije schrijfstijl van de auteur gewaagd. Zoals in het volgende stuk: “Ik pakte mijn agenda uit mijn tas, legde hem op tafel en zei: ‘Ik vraag me al een tijdje iets af.’ ‘Nou?’  ‘Hoeveel piemels passen er in dat vunzige mondje van je?’ 'Goeie vraag. Hangt van de situatie af.’ ‘Wat ben ik blij dat ik je vader niet ben” (Bouzamour, 2013, p. 55). Ik kan mij voorstellen dat de huidige jongeren dit niet bezwaarlijk vinden en deze vrije schrijfwijze ze juist aanspreekt.
Hoewel men zegt dat het verhaal autobiografisch is, zegt de auteur in een interview dat dit niet het geval is (Stoffelen, 2013). De waarheid over het wel of niet autobiografisch zijn van het boek blijft in het midden. Mogelijk is dit ook het doel van de auteur, hierover twijfel zaaien. Feit is, dat het boek zo goed is geschreven, dat het in ieder geval echt gebeurd zou kunnen zijn. In Nederland zijn nog steeds veel gastarbeidersgezinnen, waarin de ouders de Nederlandse taal niet of niet goed machtig zijn en waar men nog steeds vasthoudt aan de traditionele cultuur van het land van herkomst.
In dit boek zijn Sams ouders analfabetisch en streng gelovige Moslims. Ze houden strikt vast aan hun opvattingen en kennen de Nederlandse cultuur niet. Ook zijn ze niet in staat om Sam te steunen in zijn schoolperiode. Sam leeft hierdoor in twee werelden; de wereld thuis en de wereld op school, tussen zijn vrienden. Dat zijn ouders vasthouden aan eigen opvattingen en de traditionele Marokkaanse cultuur blijkt onder andere uit het feit dat Sams vriendin Evelien niet bij hem thuis mag komen, omdat hij van zijn ouders met een Marokkaans meisje moet trouwen. Evelien maakt het daarom uit. Met het leven in twee werelden, volkswijk De Pijp in Amsterdam en het chiquere Amsterdam-Zuid, lijkt Sam niet echt moeite te hebben. Hij gaat net zo makkelijk om met de hangjongeren in het buurthuis als met de rijkeluiskinderen van zijn school. De wereld om hem heen vindt deze twee werelden wel bijzonder.
Zoals op de bij de inschrijving voor school, toen stond er een vader voor Sam die aan de directeur vroeg: ”Zitten er ook... Marokkanen, op deze school?” (Bouzamour, 2013, p. 77).
Op de eerste schooldag wordt Sam geconfronteerd met de rijke blanke kinderen in zijn klas en zegt hij: “Joods zijn was ontzettend hip, maar Moslim zijn, dat was niet hip”(Bouzamour, 2013, p. 79).
Tijdens een etentje in een restaurant vraagt de moeder van Evelien aan Sam of hij zich meer Marokkaan of Nederlander voelt. Sam denkt dan: “Ik had er nog nooit over nagedacht, eigenlijk” en “Marokkaan zijn, doet soms pijn” (Bouzamour, 2013, p. 137).
Dit is wel de realiteit, in de huidige maatschappij wordt door mensen neergekeken Marokkanen. Met dit boek snijdt de auteur een maatschappelijk thema  aan, gezien door de ogen van een Marokkaan.  
De structuur van het verhaal is niet chronologisch. Het perspectief van het verhaal ligt bij Sam die nu negentien jaar is. Hij vertelt in hoofdstuk één over het inschrijven op het Hervormd Lyceum en over de belofte van Pisa met zijn broer. Sam is dan twaalf jaar. Het verhaal heden is 2013, Willem-Alexander is Koning en Sam gaat in juni zijn eindexamen doen. Het verhaal gaat steeds terug naar zeven jaar ervoor, toen zijn broer werd opgepakt voor de overval op de geldtransportwagen.
In het volgende voorbeeld is goed te zien dat het verbaal van het heden teruggaat in de tijd. O
p pagina 65 gaat het over de Gymles op het vwo: “Zelfs de stoere stem van de gymleraar hoorde ik veranderen toen hij haar instructies gaf” (Bouzamour, 2013). Tien bladzijden verder gaat het weer over 7 jaar terug in de tijd. De broer van Sam staat voor de rechter voor de gepleegde overval:  “Ik zat nog steeds in het justitiegebouw, op de publiekstribune. Tegenover een drietal gehaaide rechters, een griffier en een venijnige officier van justitie met permanent een blik op z’n teringsmoel alsof-ie met een everzwijn getrouwd was (Bouzamour, 2013, p. 75).
Toch is het verhaal een samenhangend geheel. In het begin was het schakelen tussen de gebeurtenissen nog wel lastig, maar toen ik verder in het verhaal was, was dit geen probleem meer. Het gebruik van hedendaagse taal, de humor en vaart in het verhaal zorgen ervoor dat je helemaal opgaat in de hoofdfiguur Sam en niet wil stoppen met lezen.

Doelgroep

De belofte van Pisa is een coming of age verhaal en behandelt de thema’s cultuurverschillen, discriminatie en racisme. De hoofdpersoon is de negentien jarige Samir (Sam). Sam moet steeds keuzes maken tussen studeren of rondhangen, feestjes in villa’s of chillen in het buurthuis, Nederlands of Marokkaans en piano spelen of rap luisteren. Dit is niet altijd makkelijk want iedere keus heeft een consequentie. Volgens Lezen voor DE LIJST. (z.d.) en diverse andere bronnen is De belofte van Pisa een young adult boek (15-19 jaar).
Volgens de theorie van Coillie (2007, p. 75) bevatten boeken voor 15+ onder andere een hoofdfiguur die zestien tot twintig jaar is, wordt seksualiteit intenser en duiken vraagstukken op die sociale verhoudingen als recht/onrecht, armoede/rijkdom, rassendiscriminatie enz. ter discussie stellen.
Dit komt overeen met dit boek. Sam is 19 jaar. Dat de seksualiteit intenser is dan in 12+ boeken blijkt uit diverse passages in het boek. Bijvoorbeeld in de volgende passages: “Ik maakte mijn bed strak op, pakte een Moschino-boxershort uit een la en trok hem aan. Het ging een beetje moeilijk omdat ik een stijve pik had. Wist je trouwens dat testosteron in je slaap wordt aangemaakt?” (Bouzamour, 2013, p. 27) en “Het touw had diepe groeven in mijn handpalmen gegraveerd. Een week lang zou ik niet fatsoenlijk kunnen rukken (Bouzamour, 2013, p. 32).

De auteur is pas tweeëntwintig jaar, hij is de fase van young adult bijna ontgroeid en kan zich goed inleven in de huidige jongeren. Dit is terug te zien in zijn expliciete losse schrijfwijze, maar ook in de humor zoals in de volgende passage: “Na het zesuurjournaal mocht niemand de afstandsbediening aanraken, want klokslag zeven uur was het tijd voor Lingo. Als ze een vijfletterwoord zochten dat met een R begon dan stak mijn vader zijn vinger op en riep met het enthousiasme van een ijverige leerling: ‘Restaurant!” (Bouzamour, 2013, p. 40).

Door de uitvoerige beschrijvingen over seksualiteit, kan ik mij voorstellen dat jongeren van vijftien en zestien jaar dit te expliciet vinden. Ik vind het boek daarom geschikt voor jongeren vanaf zeventien jaar. Het hedendaags taalgebruik en de vaart in het verhaal zorgen ervoor dat het boek vlot leest. Jongeren zullen opgaan in het verhaal.

Bronnenlijst
-Bouzamour, M. (2013.) De belofte van Pisa. Amsterdam: Uitgeverij Promotheus B.V.
-Coillie, J. van. (2007). Leesbeesten en boekenfeesten; Hoe werken (met) kinder en jeugdboeken? Leidschendam: Uitgeverij Biblion.
-Lezen voor DE LIJST. (z.d.). Leesniveaus. Geraadpleegd op 20 september 2017, van https://www.lezenvoordelijst.nl/zoek-een-boek/nederlands-15-tm-19-jaar/d/de-belofte-van-pisa/
-Stoffelen, A. (2013, 14 december). Straatverkoop. De Volkskrant.  Geraadpleegd op 20 september 2017, van https://www.volkskrant.nl/archief/straatverkoop~a3561992/
-Bibliotheek Leesplein. (z.d.). Geraadpleegd op 12 september 2017, van https://www.leesplein.nl/jongerenliteratuurplein/boeken-zoeken/gedichten-van-de-broer-van-roos/20237

test verwerkingsopdracht 1

test 1