Auteur: onbekend
Jaar van uitgave: 2006
Titel: Doe maar dicht maar
Plaats van uitgave: Groningen
Uitgeverij: Xeno, cop.
Zelfgeschreven poëzie
De
poëziebundel Doe maar dicht maar bestaat uit zelfgeschreven gedichten.
Gedichten geschreven door jongeren tussen de 12 en 18 jaar oud. Elk jaar sturen
duizenden Nederlandse en Vlaamse jongeren hun gedichten naar Doe Maar Dicht
Maar. Uit al die stapels heeft de jury de honderd mooiste gedichten
geselecteerd, die vind je in deze bundel. Ook de zeven winnaars van de
wedstrijd ‘Dichter bij 4 mei’ zijn opgenomen in deze bundel.
Verscheidenheid aan thema's
In deze bundel
worden thema’s naar voren gebracht als; verliefdheid, dood, oorlog, familie,
vriendschap en eenzaamheid. De dichters geven een diepere betekenis aan hun eigen gevoelens en door de
poëtische vorm die zij kiezen komen de emoties krachtig naar voren. Als lezer word je meegenomen in de gedachten
en emoties van de dichters en voel je goed wat zij voelen. Wanneer er
gekeken wordt naar het literaire werk en de gevoelsmatige uitwerking hiervan,
vind ik meerdere gedichten aangrijpend en ontroerend. Een voorbeeld hiervan is; “Ik zie de druppels op mijn autoraam, ze lekken uit en geven lange levensjaren aan. De ene druppel is lang en de andere kort, dan stopt opeens zo’n druppel. Het is net halverwege zijn levensreis. We rijden verder en de druppel spat van mijn autoraam, zo is ze bij ons weggegaan” (Auteur onbekend, 2006, p. 30).
De juiste woordkeus zorgt voor de verbeelding
Coillie
(2007) geeft aan dat dichters op een bijzondere manier naar de werkelijkheid
kijken. Onopvallende details halen ze naar de voorgrond. Ze verplaatsen de
dingen in een ander perspectief, maken het gewone ongewoon en brengen het
fantastische en gedroomde dichterbij. De diversiteit in taalgebruik en woordkeuze, geeft een extra dimensie aan de gedichten in deze bundel. Bepaalde emoties worden goed tot verbeelding gebracht en lijken levensecht. Het taalgebruik en de woordkeuze binnen
het gedicht zien vind ik fascinerend
en sluit hier mooi op aan. “Ik wil de rode
bergen zien, met gloeiende randen, verspreid over het hele dal. Ik wil het
heldere water zien, dat glinstert zolang de tijd strekt. Ik wil de horizon, uit
mijn leven verwijderen. En verder gaan, dan te kijken is” (Auteur onbekend, 2006, p. 82).
Coillie (2007) geeft aan dat de stijl van de geschreven gedichten laat zien dat de werkelijkheid van
verschillende kanten bekeken kan worden. Dat de taal ‘verdicht’ is en dat
poëzie ‘uitgepuurde’ taal kan zijn, bijvoorbeeld in het gedicht Kussen. Waarin de stijl van schrijven prachtig
naar voren komt en zeer beeldend is beschreven, een prachtig gedicht naar mijn mening. “Kussen, zij kusten en kusten. En alles
rondom, dat loste op in een stralende blom. Van goud en briljanten, van zilver
en vuur. Zij kusten en kusten, al meer dan een uur” (Auteur onbekend, 2006, p. 51).
Ander beeld van de werkelijkheid
Poëzie
heeft verschillende functies. Door de compacte vorm werkt het vaak intenser dan
bij verhalen. Het laat ook veel open voor de lezer, zoals Collie (2007) beschrijft. Gevoelsgeladen
gedichten confronteren de lezer met zijn diepste zelf. Het laat je met andere
ogen kijken naar de werkelijkheid. De dood is een passende thema hierbij. Een
thema waar men geen controle over heeft. De gedichten hierover laat de
dichter en de lezer confronteren met zijn diepste zelf. En de tijd gaat voorbij laat zien hoe
intens dit gevoel beschreven kan worden en laat je als lezer nadenken over ‘de
grenzen van het menselijke bestaan’ (Coillie, 2007, p 74).Wat ook een passend kenmerk is van de beoogde doelgroep, namelijk (jong)adolescenten. De eenvoud van de
gekozen dichtvorm, de structuur en zinsbouw vind ik prachtig. “En de tijd gaat voorbij. Ik zit in de tuin,
de merel zingt, de peren zijn rijp en de tijd gaat voorbij. Ik zit aan de
vijver, het water kabbelt, de vis blubt en de tijd gaat voorbij. Ik zit in de
klas, de leraar zeurt, Nigel kliert en de tijd gaat voorbij. Ik zit in jouw
stoel, en ik denk aan jou, en aan die vreselijke dag, dat jij er ineens niet
meer was. Ik lig in mijn bed en de tijd gaat voorbij, maar niet in mijn hart:
daar staat-ie stil" (Auteur onbekend, 2006, p. 61).
Beoogde doelgroep
De
poëziebundel is geschreven door Nederlandse en Vlaamse jongeren tussen de 12 en
18 jaar. De beoogde doelgroep is naar mijn mening heel breed, laten we zeggen
voor jong tot oud volwassenen, vanaf 12 jaar en ouder. Deze leeftijdsfase
onderscheidt zich, volgens Coillie (2007), doordat (jong)adolescenten voor een
belangrijke opgave staan, namelijk de zoektocht naar hun eigen identiteit. De
plotselinge, ongecontroleerde, lichamelijke veranderingen brengen veel pubers
is evenwicht. De invloed van leeftijdsgenoten is ontzettend sterk, zeker op hun
opvattingen en gedrag. Poëzie waarbij de hoofdpersoon op zoek is naar zijn
eigen identiteit, spreekt hen daarom aan. Binnen deze poëzie zullen zij veel
van hun eigen twijfels, wensen en emoties herkennen. Het gedicht "Ik en niet haar", laat zien hoe de dichter worstelt met haar eigen innerlijke zoektocht en zich daarbij erg eenzaam kan voelen. "Ze zien haar lopen, ze zien haar stralen, ze zien haar als een vrolijke meid. Ze zien haar maar mij niet. In het echt ben ik geen stralende meid, in het echt heb ik geen stralend hart. Ze denken dat ze mij kennen, ze kennen haar maar niet mij" (Auteur onbekend, 2006, p. 22). Onderwerpen
waarbij een grote rijpheid vragen over problemen met verreikende morele
implicaties komen ook binnen deze bundel aan het licht, bijvoorbeeld thema's als oorlog en de dood, zijn voorbeelden die aansluiten bij de interesse van een
grotere doelgroep, namelijk ook die van de adolescenten en volwassenen. Het gedicht “Eeuwige
twee minuten” (Auteur onbekend, 2006, p. 139) geeft aan dat de doelgroep
lezers van dit poëziebundel breed getrokken kan worden. De lezers worden hier geconfronteerd met de grenzen
van het menselijk bestaan (Coillie, 2007, p. 74).
Gedichten mee laten dragen als een brief op ons hart
De combinaties en diversiteit van thema’s in deze bundel vind ik krachtig. De auteurs van deze gedichten zijn er naar mijn mening zeer in geslaagd om hun bedoelingen waar te maken. Het doel van ‘Doe maar, dicht maar’, is jongeren de ruimte te geven creatief om te gaan met taal en om ons, als lezers, de gedichten mee te laten dragen als een brief op ons hart. De dichters doen dit naar mijn mening erg goed, het gevoel wat ze willen laten voelen door de lezers, lukt ze.
Concluderend kan gezegd worden dat 'Doe maar dicht maar' een poëziebundel is voor zowel jongeren als ouderen. Een dichtbundel waarbinnen dichters hun levensgebeurtenissen en gevoelens prachtig verwoorden. Een ieder zal zich kunnen identificeren, door de grote variatie aan gedichten. Het is een compact, klein boekje dat goed leesbaar is. Een échte aanrader dus, voor lezers die houden van veelzijdige poëzie!
Bronnen:
Auteur onbekend, (2006), Doe maar dicht
maar. Groningen: Xeno, cop.
Coillie, J. van (2007), Leesbeesten en
boekenfeesten. Leidschendam, Biblion.